Het I.R.A.: Vrijheidsstrijders of Terroristen? (Diederik Demuynck)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

DEEL 2: Bespreking van een aantal deelaspecten

 

HOOFDSTUK  1: Analyse van het IRA aan de hand van:

 

1.1. De organisatie en doelwitten

 

Het IRA is geen recente organisatie, zoveel is duidelijk geworden na lectuur van het eerste deel. Ze kadert in een Ierse traditie van vrijheidsbewegingen die eeuwen teruggaat.

Specialisten zijn het erover eens dat de Tamiltijgers op Sri Lanka thans de grootste verzetsbeweging zijn (met zelfs een eigen zeemacht).

Doch wat is groot? De schattingen over het ledenaantal van het IRA lopen nogal uiteen. Het is wel duidelijk dat de gloriejaren tussen 1918 en 1922 voorbij zijn. Destijds kon het IRA rekenen op tienduizenden leden. Het dieptepunt lag in de jaren ‘40 toen een brigade al blij was met 150 man.

 

Over de huidige cijfers kan en durf ik geen uitspraak doen, gezien de enorme regionale verschillen en de geheimdoenerij die typisch is voor een dergelijke politieke organisatie.

 

De regionale verschillen spelen wel een belangrijke rol.

South Armagh bijvoorbeeld is een plattelandsstreek gelegen in county Armagh met een zeer sterke republikeinse traditie. Het gebied grenst onmiddellijk aan Ierland en heeft een meerderheid van Iersgezinde inwoners. De daar gelegen Britse troepen verplaatsen zich enkel nog door de lucht. In dit gebied zitten naar verluidt de meeste IRA-vrijwilligers. Het is dan ook een perfecte streek voor landguerrilla. Er zou zelfs sprake zijn van ondergrondse netwerken zoals bij de Vietcong.

Britse specialisten van de Special Branch zijn het erover eens dat South Armagh de meest gespecialiseerde en actieve brigade heeft van Noord-Ierland.

De samenstelling van deze brigade verschilt trouwens van de andere. De gemiddelde leeftijd ligt er hoger, maar daarover meer in het hoofdstuk 1.4, waar het profiel van de “terrorist” wordt besproken.

Andere counties, zoals Antrim bijvoorbeeld, zijn relatief dunbezaaid qua IRA-vrijwilligers. Antrim is dan ook een “stronghold” (bolwerk) van het traditionele unionisme en protestantisme.[67]

 

Wat de IRA-aantallen in de Republiek betreft, is het nog onduidelijker. Ierland dient daar ook enkel voor de logistieke ondersteuning van de noordelijke IRA.

Toch dit: toen ik tijdens mijn verblijf in Belfast (november ‘97) verbleef, sprak ik met een republikein die me verzekerde dat het IRA binnen de 24 uren 300 gewapende vrijwilligers kan optrommelen wanneer het nodig is.

 

Hoe het ook zij, er zijn bronnen die spreken van duizend vrijwilligers, anderen weer van tienduizend.

 

Er kan oneindig gediscussieerd worden over de getalsterkte. Eén zaak is zeker, het IRA bevat meer mensen dan extreemlinkse groeperingen zoals bvb. de RAF of de CCC. Deze laatsten bestaan of bestonden vooral uit studenten en kenden geen echte doorstroming vanuit de bevolking.

 

a) de organisatie

 

Eigen aan het IRA is zijn militaire structuur die nog deels steunt op de organisatie van de jaren ‘20. Pas in 1977 zijn hier veranderingen aangebracht.

 

Voor 1977 zag ze er grotendeels als volgt uit. Per geografische eenheid, bijvoorbeeld een county of een grote stad, is er een Brigade. Deze brigade wordt dan op haar beurt onderverdeeld in Battalions en deze op hun beurt in Compagnies.

Deze ietwat logge en te brede structuur gaf aanleiding tot heel wat gevallen van verraad uit eigen rangen waarbij in een mum van tijd een hele compagnie kon opgerold worden. De Britse inlichtingendienst hoefde zich gewoon in te werken in een compagnie om na een paar maanden gehele namenlijsten in handen te krijgen.

Daarom werd in 1977 het cellensysteem ingevoerd waarbij kleine anonieme groepen van +/- 4vier man mobiel opereren en slechts één man uit de groep contact heeft met de verantwoordelijke van de brigade.

 

Eén van de architecten van dit nieuwe systeem was C/S (opperbevelhebber of Chief of Staff) Seamus Twomey die met zijn plannen opgepakt werd waardoor de Britten al snel op de hoogte waren van de reorganisatie. Het heeft nochtans niet veel gebaat, het cellensysteem werkt blijkbaar relatief goed.

 

De cellen staan in het jargon beter bekend onder de naam ASU (Active Service Unit) en moeten zoveel mogelijk buiten hun gebied opereren om de Britse veiligheids-diensten te misleiden.[68]

 

In theorie houdt het IRA om de twee jaar een Army Convention (congres) waar een Army Executive wordt verkozen bestaande uit twaalf man. Deze executive is een louter adviesorgaan dat (theoretisch althans) twee keer per jaar samenkomt en dat op zijn beurt het belangrijkste orgaan van het IRA aanduidt, namelijk de ARMY COUNCIL.

 

Het is trouwens ook deze AC die in de IRA-ideologie de enige rechtmatige regering vormt van het Ierse eiland. De mensen die verkozen of aangeduid worden voor de AC zijn altijd de meest ervaren en charismatische figuren en komen uit alle delen van (noord) Ierland. Ondermeer Gerry Adams en Martin Mc Guinness hebben in de AC gezeten (of zitten er nog in).

 

 

De AC duidt op haar beurt dé opperbevelhebber van de strijdkrachten aan, de Chief of Staff. Die C/S stelt dan naar goeddunken zijn generale staf samen, de General Headquarters. Meestal bestaat deze GHQ uit twee Adjudant-Generals en

verantwoordelijken voor propaganda, operaties, veiligheid, spionage, technologie, training en logistiek (de Quartermaster).

 

Onder de staf vinden we vervolgens twee Regionale Commando’s, zijnde het “IRA Southern Command” dat grotendeels overeenstemt met het grondgebied van de republiek Ierland en ook weer zijn eigen staf heeft, maar enkel logistieke opdrachten vervult ten aanzien van het “IRA Northern Command”.[69]

Beide regionale commando’s beschikken over hun brigades die in grotere geo-grafische gebieden zijn ingebed en ook weer hun eigen staf hebben. Onder hen heb je overigens de talrijke ASU’s of cellen. Elke brigade heeft een Officer in Command (O/C) van wie de belangrijksten automatisch in de Army Council zitten.[70]

 

In de praktijk zijn de Army Conventions nog maar drie keer samengekomen sinds 1969 (1969, 1970, 1986) en wordt er enkel nog bijeengeroepen voor ingrijpende veranderingen. Omwille van de oorlogsomstandigheden en om de continuïteit te verzekeren, is het blijkbaar niet mogelijk deze conventie elke twee jaar samen te roepen.

 

De structuur is typisch voor een verzetsleger en heeft veel weg van de structuur van ondermeer het partizanenleger van Tito en de guerrilleros van Che Guevara, maar ook van de PLA (de militaire vleugel van de PLO) en van Umkhonto We Sizwe (=Speerpunt van de Natie, de vroegere militaire vleugel van het ANC).

Anderzijds is de structuur absoluut niet te vergelijken met die van de RAF, CCC of andere geïsoleerde groeperingen.[71]

 

b) de doelwitten

 

De doelwitten van het IRA kunnen in twee grote groepen onderverdeeld worden: mensen en plaatsen.

 

Mensen

 

Aangezien het IRA zichzelf als een leger beschouwt, is het logisch dat zijn hoofddoelwit het andere leger is, namelijk het Britse. Zij beschouwen de Britten als een bezettingsleger dat de protestanten tegen de katholieken opzet en omgekeerd.

Het is trouwens een gemakkelijk te herkennen vijand, geuniformeerd en talrijk aanwezig.

In 1969 waren er maar 2000 Britse soldaten aanwezig in Noord-Ierland, nu zijn dat er al 12.000. In de jaren ‘70 kon dit oplopen tot 20.000, maar in het kader van de criminaliseringspolitiek (sinds ‘74) werden de troepen gedeeltelijk teruggetrokken

om anderzijds de Noordierse politie te versterken. De RUC (Royal Ulster Constabulary) bevat in totaal zo’n 18.000 man. Als je leger, politie, reserves en de part-time hulptroepen van de UDR (Ulster Defence Regiment) optelt, kom je al snel aan zo’n 35.000 manschappen (2,3 % van de bevolking).[72]

 

Belangrijk is wel dat het IRA geen onderscheid maakt tussen “on-duty” en “off-duty” soldaten. Als ze een soldaat opgespoord hebben en die staat ‘s zondags zijn gras af te maaien, dan loopt hij nog evenveel gevaar als een soldaat op patrouille.

 

Aanvankelijk was het Britse leger de uitverkoren vijand, maar door het naar voren schuiven van de RUC door de regering, is nu ook de RUC een hoofddoelwit van het IRA geworden. Dit zorgt soms wel voor morele problemen. Daar waar het leger grotendeels bestaat uit Engelsen, Welshmen, Cornish en Schotten, is de RUC lokaal gerekruteerd en zorgt de dood van een politieman altijd voor opschudding bij de protestantse gemeenschap (de RUC is namelijk voor 90 % protestants). Op die manier wordt elke aanval op de RUC gezien als een aanval op de protestantse gemeenschap.

 

In feite is iedereen die “collaboreert” met het gezag een potentieel doelwit voor het IRA. Dat kunnen dus ook rechters, bouwvakkers of cipiers zijn. Een cijfer-overzicht van de slachtoffers bespreek ik in 1.3.

 

De politieke figuren achter het Britse leger zijn ook potentiële schietschijven.

Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de bomaanslag op een hotel in Brighton (1984) waar vele conservatieve politici verbleven voor een congres (o.a. Margaret Thatcher die ternauwernood aan de dood ontsnapte), maar ook aan de moordaanslag op Lord Mountbatten, de neef van de Engelse koningin en oud-koloniaal.

Het neerkogelen van één politiek figuur geeft het IRA meer aandacht dan tien keer zoveel dode soldaten.

 

Soldaten worden trouwens niet alleen in Noord-Ierland geviseerd, maar tevens in Groot-Brittanië en in hun garnizoenen in Duitsland. Het Britse leger is een vrijwilligersleger en iedereen die dienst neemt, weet dat hij ooit wel in Noord-Ierland kan gestationeerd worden. Dit roulatiesysteem is reden genoeg voor het IRA om zogenaamd “preventief” op te treden.

 

Voor zover stroken deze potentiële slachtoffers met de IRA-ideologie.

Nochtans staat het IRA in de praktijk voor een dilemma wanneer het gaat om protestantse paramilitairen van UFF, UVF en anderen.

Theobald Wolfe Tone, zeg maar, de peetvader van het republikanisme, stelde dat protestanten en katholieken verenigd moesten strijden (Wolfe Tone was zelf protestant). In de praktijk van vandaag lukt dit echter helemaal niet. Integendeel,

de tegenstellingen zijn nog nooit zo groot geweest. Het IRA is dus niet zo geneigd deze paramilitairen aan te pakken, al was het maar om de protestantse gemeenschap niet nog meer voor het hoofd te stoten.

Anderzijds echter vormen deze paramilitairen een ware bedreiging voor de katholieke gemeenschap. Niet zelden vermoorden deze protestantse extremisten willekeurig gewone katholieke burgers. In 1.3. zullen we trouwens zien dat deze onschuldige katholieke burgers het leeuwendeel uitmaken van de slachtoffers van de protestantse paramilitairen.

Af en toe gebeurt het dat het IRA eveneens protestantse burgers of paramilitairen neerschiet bij wijze van vergelding of vergissing. Dit doen ze dan wel meestal onder een “nom de guerre” zoals RAF (Republican Action Force).[73]

 

Daar de Noord-Ierse politie zich niet echt bezighoudt (en daar ook niet voor opgeleid is) met “community policing”, is het het IRA dat in de praktijk “zijn” wijken controleert. Daden die volgens hen het sociale weefsel aantasten, worden zwaar bestraft. Zo kunnen drugdealers en dieven op weinig genade rekenen. Meestal volgt eerst een waarschuwing. Bij recidive een knieschot, en als je het dan nog eens probeert, volgt de doodstraf met de kogel. In theorie heeft het IRA rechtbanken die deze vonnissen vellen, maar in de praktijk gebeuren de terechtstellingen naar goeddunken van de O/C. Je kan je natuurlijk vragen stellen bij de combinatie van de functies van politie, rechter én beul door het IRA, maar zij wuiven dit weg door te stellen dat uitzonderlijke omstandigheden, uitzonderlijke “procedures” eisen.

De knieschoten of “knee-capping” zoals dat in het jargon heet, zijn eigenlijk gebaseerd op middeleeuwse stigma-straffen. Een slachtoffer kan na het schot nooit meer normaal lopen en wordt dan door de hele gemeenschap als “crimineel” herkend.

 

Maar het IRA loopt of rijdt ook patrouilles door de wijken. Wanneer een wijkbewoner een probleem heeft of iets verdachts opmerkt, kan die naar een contactpersoon bellen die dan het IRA stuurt.

Verder ontfermen de IRA-vrijwilligers zich over de mannen en vrouwen wier echtgenotes of echtgenoten in de gevangenis zitten.

 

Uiteindelijk zijn er nog de “verraders” uit eigen rangen. Het IRA heeft een eigen militair strafwetboek en “General Army Order no.11 “ van oktober 1973 zegt over verraad het volgende:

“Any Volunteer who seizes or is party to the seizure of arms, ammunition or explosives which are being held under Army Control, shall be deemed guilty of treachery. A duty-constituted court martial shall try all cases.

Penalty for breach of this order: DEATH

Note: as in all other cases of the death penalty, sentence must be ratified by the Army Council.”[74]

 

Plaatsen

 

Niet alleen militaire objecten worden geviseerd, ook commerciële centra zijn een uitverkoren doelwit. Bedoeling is de economie plat te leggen en de overheid daar te raken waar het pijn doet, aan haar financies.

 

De Officials die in het begin van de jaren ‘70 nog actief waren, kantten zich tegen deze doelwitten omdat de enige echte slachtoffers de arbeiders waren.

Dit is niet de enige bedenking die je kan maken. Ook het feit dat bomaanslagen op commerciële centra veelal onschuldige burgerslachtoffers treffen, stemt tot nadenken.

 

Om aan het nodige geld te geraken, durft het IRA wel eens banken  te overvallen. Hiermee zullen ze natuurlijk nooit opscheppen aangezien het IRA absoluut niet als crimineel wil beschouwd worden.

De meest beruchte actie was de “Great Train Robbery” in 1976 (niet te verwarren met die in Engeland) toen IRA-vrijwilligers zo’n 221.000 £ (zo’n kleine 20 miljoen frank) wisten buit te maken op de trein-verbinding Cork-Dublin.[75]

 

Slotsom: je kan gerust stellen dat de aard van de doelwitten toch wel enigszins verschilt met die van geïsoleerde groeperingen zoals RAF en CCC. Anderzijds zijn er grote gelijkenissen met andere verzetslegers en guerrilla-groeperingen.

Het is natuurlijk niet zo eenvoudig. Een bomaanslag op een hotel met bijvoorbeeld vier burgerdoden kan je eerder onderbrengen in de rubriek “zinloos terrorisme”, terwijl het opblazen van een Britse legertank met evenveel bemanningsleden eerder als “guerrilla-daad” zal aanzien worden.

 

1.2. de steun van het volk/verkiezingen

 

“De voorwaarde voor het welslagen van een revolutionaire opstand/terreurcampagne is dat de meerderheid van het gewone volk zich met hart en ziel moet aangetrokken voelen tot de zaak.” [76]

 

Het IRA bestaat nu reeds 82 jaar en zou al lang opgedoekt zijn indien het niet zou ingebed zijn bij een aanzienlijk deel van het volk. Sinds de “troubles” van 1969 is het IRA, na de tegenslagen van de bordercampaign, in de ogen van veel Noord-Ieren een “People’s Army” geworden.

Zo spreekt men in Noord-Ierland niet van “the IRA” maar kortweg van “The Ra”.

 

De vraag is nu hoe je kan bewijzen dat een aanzienlijk deel van de bevolking het IRA steunt?

Het IRA heeft al sinds jaar en dag een politieke vleugel, namelijk Sinn Fein, die sinds 1983 aan verkiezingen in het noorden participeren.

SF spreekt zich uit voor de vrede, maar enkel wanneer die vrijheid en vooruitgang garandeert, zoniet ondersteunen zij de gewapende strijd.

De mensen die voor SF stemmen, weten dit.

 

Wanneer je dus de electorale steun voor SF analyseert, heb je onmiddellijk een goed beeld van het aantal mensen die het IRA direct of indirect steunen.

 

Noord-Ierland telt 1.631.800 inwoners. Bij de Westminster General Elections van 1997 werden er 790.884 geldige stemmen uitgebracht (opkomst 67,3 %).

 

De verhouding katholieken/protestanten is 40/60.

 

Er zijn 18 kiesdistricten sinds 1992. In 1979 waren dat er nog maar 12.

De bijgevoegde districten blijken in de praktijk UUP (de grootste unionistische partij) gebieden te zijn. De kritiek op de hertekening is dan ook niet uit de lucht, vooral als je

weet dat het Brits kiessysteem geldt en de grootste partij de Lagerhuiszetel binnenrijft, zonder dat er rekening gehouden wordt met de steun voor de andere partijen

(“winner takes all”).

 

Laat ons eens een blik werpen op de meest recente verkiezing, namelijk de Westminster General Elections 1997 (de verkiezingen die Blair gewonnen heeft).[77]

 

Sinn Fein won in deze verkiezingen twee zetels (Gerry Adams voor West Belfast en Martin Mc Guinness voor Mid Ulster). In West Belfast, traditioneel een nationalistisch kiesdistrict, kreeg SF 55,93 %.

In totaal won SF dus 2 van de 18 te vergeven Lagerhuis-zetels, maar aangezien zij het Britse parlement niet erkennen, nemen de republikeinen hun zetels niet in.

 

Nochtans geeft dit Brits systeem een vertekend beeld van de echte stemmenverdeling. Over gans Noord-Ierland haalt SF 16,1 % van de stemmen. Aangezien je gerust mag aannemen dat die stemmen voor het overgrote deel uit het katholieke kamp komen, stemt omgerekend 38 % van de katholieken voor SF. Dit verschilt wel van district tot district. Zo haalt ze in West Belfast 55,93 % en in Strangford maar 1,21 %.

 

SF krijgt wel af te rekenen met zware concurrentie vanwege de SDLP, de Social and Democratic Labour Party. Deze SDLP is een gematigde Ierse nationalistische partij die geweld afkeurt. Zij zijn tevens de tweede grootste partij van Noord-Ierland

(24,1 %) en rijven 54 % van de katholieke stemmen binnen, wat hen de onbetwiste grootste katholieke partij maakt. Zij haalden 3 van de 18 zetels binnen en nemen ze ook in.

 

Als je de stempercentages voor SF en SDLP samentelt, dan kom je aan 40,2 % .

Dit betekent dat 92 % van de katholieken voor een nationalistische partij stemt.[78]

Veel hangt ook af van de bevolkingsverhoudingen per district. In totaal zijn 6 van de 18 kiesdistricten overwegend door katholieken bevolkt.[79]

 

Ook de sociale achtergronden spelen een rol. De (katholieke) on- of laaggeschoolde arbeidersklasse zal eerder voor SF stemmen, terwijl de beterbegoede arbeiders en de middenklasse voor de SDLP stemmen.[80]

 

Hoe je het ook draait of keert, bijna 40 % van de katholieken of 16 % van alle Noord-Ieren steunt direct of indirect het IRA.

Dit verklaart ook onmiddellijk waarom het IRA zo’n grote doorstroming kent. Ondanks de vele gevangenen, blijven er vrijwilligers toekomen.

 

In de republiek Ierland haalt SF amper 2,55 % van de stemmen, maar de situatie ligt daar ook anders. In Ierland vormen katholieken of nationalisten geen onderdrukte minderheid en zijn er voldoende partijen die nationalistische standpunten durven

vertolken, zowel links als rechts. In het Ierse parlement zetelt één Sinn Fein-verkozene.[81]

 

Je merkt natuurlijk onmiddellijk het verschil met groeperingen zoals RAF, CCC of Rode Brigades. Deze groepen waren geïsoleerd en konden niet rekenen op de steun van aanzienlijke delen van de bevolking, laat staan op die van radicale linkse partijen.

 

Een laatste voorbeeld om het geheel nog eens duidelijk te illustreren.

In de begrafenisstoet van IRA-hongerstaker Bobby Sands, liepen 100.000 mensen.

Dit is 6,7 % van de Noord-Ierse bevolking of 15 % van alle katholieken. Omgerekend naar Belgische verhoudingen zijn dat twee Witte Marsen.

 

1.3. de slachtoffers tussen 1969 en 1993

 

Deze analyse is, voor wat de cijfers betreft, gebaseerd op een studie van Malcolm Sutton.[82]

Tussen 1969 en 1993 zijn er in totaal 3.285 slachtoffers gevallen die in een rechtstreeks verband stonden met het conflict.[83]

Een analyse van deze slachtoffers is zeer interessant om een beter zicht te krijgen op de natuur en de activiteiten van de verboden groeperingen, maar ook van de ordestrijdkrachten.

 

Gemiddeld vielen er in deze periode (24 jaar) 137 doden per jaar of 11 per maand !

 

Van de 3.285 slachtoffers zijn er 1.755 toe te schrijven aan het IRA (53,4 %).

 

De loyalisten (verboden paramilitaire unionisten) zijn verantwoordelijk voor 911 doden (27,7 %).

 

Het gewapend overheidsapparaat (leger, politie, reserves) heeft 357 slachtoffers gemaakt (10,9 %).

-

De overige 262 doden (8 %) zijn toe te schrijven aan splintergroepen van het IRA.[84]

Rond de natuur van het IRA bestaan zeer veel misverstanden, daarom deze analyse.

 

* De doden toe te schrijven aan het IRA = 1.755

 

- leden van het gewapend overheidsapparaat: 1.006  (57,3 %)

- burgers door leger tewerkgesteld: 33  (1,9 %)

- Britse burgers/V.I.P.’s: 48  (2,7 %)

- loyalisten/unionisten: 33  (1,9 %)

- sectarische moorden op protestantse burgers: 133  (7,6 %)

- “punishment shootings”: 10  (0,6 %)

- onbedoeld gedode burgers: 274  (15,6 %)

- onbedoelde eigen IRA doden: 102  (5,8 %)

- informanten: 59  (3,4 %)

- anderen: 57  (3,2 %)

 

De meerderheid van de slachtoffers zijn dus leden van het gewapend overheids-apparaat, wat een duidelijk bewijs is voor het anti-Brits (“anti-imperialistisch”) karakter van het IRA.

Het valt tevens op hoe relatief weinig unionisten en loyalisten er in die 24 jaar vermoord zijn, terwijl voor de buitenwereld zij hét doelwit lijken van het IRA.

 

Spijtig genoeg, en geheel tegen zijn eigen ideologie indruisend, heeft het IRA 133 willekeurige protestantse burgers doelbewust om het leven gebracht (7,6 %).

Zulke moordaanslagen worden in het jargon “sectarian” genoemd. Sectair, omdat het de bedoeling is “een” protestant of “een” katholiek neer te schieten gewoon omdat ze protestants of katholiek zijn. Het republikanisme is nochtans fel gekant tegen dit soort moorden. In hun optiek moeten beide geloofsgemeenschappen zich verenigen tegen het imperialisme. Deze moorden stuiten dan ook telkens weer op felle reacties binnen de nationalistische gemeenschap. In veel gevallen zijn die sectarische moorden een reactie op loyalistische moordaanslagen.

 

De “onbedoeld gedode burgers” zijn onschuldige burgers die tijdens een bomaanslag van het IRA om het leven kwamen doordat de waarschuwing te laat kwam, onduidelijk was of zelfs niet gegeven werd. Hier worden ook de “vergissingen” bijgerekend, wanneer bijvoorbeeld een burger werd verwisseld met een soldaat.

Dit percentage (15,6 %) ligt, vind ik persoonlijk, zeer hoog. Veel van die doden zijn gevallen bij bomaanslagen op commerciële doelwitten. Je kan je dan ook de vraag stellen waarom deze aanslagen niet beter ‘s nachts gedaan worden of zelfs niet helemaal achterwege moeten gelaten worden. Het zijn namelijk deze doden die het IRA een terroristisch cachet geven.

 

Hier belanden we natuurlijk direct bij de discussie tussen tactiek en ideologie. Ideologisch druisen ook deze slachtoffers in tegen de republikeinse strategie.

Tactisch gezien daarentegen, wordt aan een commerciële aanslag meer aandacht besteed in de pers, wat de aandacht naar het conflict richt. Nadeel is natuurlijk dat diezelfde pers het IRA dan wel als “terroristisch” omschrijft. Ook binnen de republikeinse beweging is er onenigheid over deze doelwitten.

 

De onbedoelde eigen doden zijn IRA-vrijwilligers die zich bijvoorbeeld zelf opbliezen in het kader van een opdracht. Dit gebeurde vooral in het begin van de jaren ‘70 toen het IRA technologisch nog niet zo onderlegd was als vandaag.[85]

 

De “Britse burgers en VIP’s” zijn de doden die gevallen zijn tijdens aanslagen in Groot-Brittanië maar ook VIP’s, zoals Lord Mountbatten, die een symbolische waarde hebben voor het Brits gezag.

 

“Informanten” zijn verraders uit eigen rangen en de “punishment shootings” verwijzen naar executies van “criminelen” door het IRA.

 

“Anderen” zijn slachtoffers ten gevolge van ruzies (“feuds”) tussen het IRA en zijn splintergroepen. Hier zitten ook gedode rechters, zakenmensen en andere kleine categorieën in.

 

Conclusie: De meerderheid der slachtoffers maakt deel uit van het gewapend overheidsapparaat, maar wanneer je de “onbedoeld gedode burgers” en “sectarische moorden” optelt (7,6 + 15,6 = 23,2 %), kom je toch nog aan een aanzienlijk aantal “onnodige” burgerslachtoffers.

 

* Doden toe te schrijven aan de loyalisten = 911

 

- leden van het gewapend overheidsapparaat: 12  (1,3 %)

- republikeinen (politici en IRA): 60  (6,6 %)

- sectarische moorden: 713  (78,3 %)

- “punishment shootings”: 5  (0,5 %)

- onbedoeld gedode burgers : 9  (1%)

- onbedoeld gedode eigen mensen: 23  (2,5 %)

- informanten: 16  (1,7 %)

- anderen: 73  (8 %)

 

De grote groep “sectarische moorden” springt hier onmiddellijk in het oog. Maar liefst 78 % van de doden zijn willekeurig uitgekozen katholieke burgers, niet (direct) gelieerd aan de republikeinse beweging. Dit getal staat tegenover “maar” 60 gedode republikeinen (6,6 %) terwijl zij toch datgene zijn, wat het leger voor het IRA is.

 

De hoofdbezigheid van de loyalisten is dus het vermoorden van onschuldige, onbewapende en niet-politiek gelieerde katholieken.

Bij het IRA lag het percentage “sectarische moorden” bij 7,6 %, bij de loyalisten is dit 78,3 %  (tien keer meer !).

 

Het doel van de loyalisten is het demoraliseren en terroriseren van de katholieken, waardoor deze ofwel verhuizen (etnische zuivering), ofwel zich bij het IRA aansluiten om zo de polarisatie op de spits te drijven en aldus de gehele katholieke gemeenschap te kunnen criminaliseren.

 

Conclusie: Er is dus een duidelijk verschil tussen de loyalistische paramilitairen en het IRA. Daar waar men kan stellen dat het IRA hoofdzakelijk de gewapende overheid “terroriseert”, is het duidelijk dat de loyalisten hoofdzakelijk de (katholieke) burgers “terroriseren”.

 

* Doden toe te schrijven aan leger en politie = 357

 

- republikeinse activisten: 141  (39,5 %)

- loyalistische activisten: 13  (3,6 %)

- katholieke burgers: 167  (46,8 %)

- protestantse burgers: 23  (6,4 %)

- eigen onbedoelde doden: 9  (2,5 %)

- anderen: 4  (1,2 %)

 

De meerderheid van de slachtoffers zijn burgers, zowel katholieke als protestantse,

die niet betrokken waren bij republikeinse of loyalistische activiteiten (53,2 %)

De meeste van deze doden zijn gevallen tijdens relletjes en betogingen waarbij veelvuldig met scherp geschoten werd, maar ook met “plastic bullets”.

 

Het valt tevens op dat van de 190 gedode burgers 87,9 % katholiek/Iersgezind was.

Hetzelfde geldt voor de activisten van beide zijden. In totaal schoot het leger 154 “terrorists” neer (43,1 %), daarvan was 91,5 % republikeins.

 

Wanneer je katholieken, Iersgezinden en republikeinen langs de ene kant plaatst en de loyalisten, protestanten en unionisten aan de andere kant, dan krijg je de volgende tegenstelling = 308 gedode nationalisten tegenover 36 unionisten.

Dit betekent dat 90 % van de slachtoffers uit het Iersgezinde kamp kwamen.

 

Je kan hier onmiskenbaar over partijdigheid spreken, rekening houdend met het feit dat de loyalisten minstens even actief zijn en ook de protestantse arbeidersklasse voor relletjes gezorgd heeft in haar wijken (Shankill Road en East Belfast).

Het is dus niet zo dat enkel het nationalistische kamp actief is en dus een potentiële schietschijf vormt voor het leger.

 

 

BESLUIT: 3.285 slachtoffers op 24 jaar is veel. Dit betekent bijna drie doden per week.

De buitenwereld zal het gros van de slachtoffers waarschijnlijk toeschrijven aan het IRA. Nochtans blijkt bijna 40 % van de slachtoffers gemaakt te zijn door loyalisten, het leger en de politie.

Ook de aard van de slachtoffers verschilt naargelang het kamp dat je analyseert.

Daar waar bijna 60 % van de slachtoffers van het IRA militairen en politie-agenten zijn, was bijna 80 % van de slachtoffers van de loyalisten burger.

Het Britse leger en de Noord-Ierse politie blijken daarenboven partijdig te zijn.

90 % van hun slachtoffers zijn terug te brengen in het nationalistische kamp.

 

Je kan hier misschien uit concluderen dat het IRA zijn slachtoffers beter uitkiest en dat het merendeel van hen zwaarbewapend is (Britse leger). Voor het IRA is het leger een bezettingmacht die gewapenderhand moet verdreven worden.

Spijtig genoeg vallen er, ook door het toedoen van het IRA, te veel burgerslachtoffers. Als je de sectarische moorden en de onbedoelde gedode burgers optelt, van en door alle zijden, dan krijg je 1.319 onschuldig gedode burgers (40,1 %). Het IRA is verantwoordelijk voor 31%, de loyalisten voor 55 % en het leger voor 14 % van hen.

 

1.4. het profiel van “de terrorist”

 

Hier baseer ik mij op een aantal lesslides van Professor Van Moffaert en op een studie uit het Duitse tijdschrift Kriminalistik.[86]

 

Volgens Prof. Van Moffaert is de terrorist in het algemeen een adolescent (met uitzondering van de machthebbers achter de schermen). Hij of zij is meestal celibatair en verdringt liefdesrelaties.

Tevens is het aantal vrouwen in terroristische groeperingen hoger dan in andere criminele organisaties (20-25 %).

 

De meesten komen uit de middenklasse en hogere klasse en hebben verhoudings-gewijs een hogere opleiding genoten dan andere criminelen.

Psychologisch worden ze gedreven door haat, agressie, idealisme, mediageilheid en zijn ze suïcidaal ingesteld.

Velen van hen vertonen persoonlijkheidsstoornissen zoals paranoia, psychopathie en perversie.

 

Het Duitse tijdschrift Kriminalistik waagde zich aan de studie van “de terrorist” en maakte daarbij soms het onderscheid tussen de “linkse” en de “rechtse” extremist.

Een 250-tal personen werden in 1978 onderzocht naar hun “Lebenslauf” (levensloop). 227 hoorden tot de categorie “linksextremisten” (91 %) en de overige 23 tot de “rechtsextremisten” (9 %).

Aan de hand van die 9 % kan men bezwaarlijk algemene uitspraken doen.

De meeste criteria behandelen dan ook vooral de “linkse terrorist”.

 

° Het eerste criterium waaraan men aandacht besteedde, waren de ouders van de terrorist.

 

Linkse terroristen komen duidelijk uit hogere klassen (47 %), daar waar de gemiddelde Duitser maar voor 12 % uit die klasse komt.

Een tweede interessante vaststelling is dat maar 26 % van alle terroristen uit katholieke gezinnen komt. De overige 74 % komen uit evangelische (protestantse) of (ex-evangelische) atheïstische gezinnen.

 

° Een tweede criterium is de genoten opleiding van de terrorist.

 

De linkse terrorist is gemiddeld hoger opgeleid (47 %) dan de doorsnee Duitser

(19 %). Met hogere opleiding worden universitaire en hogere studies bedoeld.

De rechtse terrorist zou lager scoren dan het gemiddelde.

 

Ook de aard van opleiding is verschillend. Het gros van de linkse terroristen heeft menswetenschappelijke richtingen gevolgd (87 %), daar waar 59 % van de Duitse studenten exacte wetenschappen volgde.

 

° Een derde interessante vaststelling, is het relatief hoge aandeel van vrouwen in linkse terroristische groepen. Maar liefst 33 % van de onderzochte personen behoorde tot het vrouwelijk geslacht.

Wanneer zij apart bestudeerd worden, stelt men zelfs vast dat zij voor 60 % uit hogere klassen komen.

 

Het probleem met deze studie is evenwel dat ze gebaseerd is op mensen uit geïsoleerde groeperingen zoals de RAF (Rote Armee Fraktion). De vaststellingen gelden daarom dus niet direct voor IRA-vrijwilligers.

Daarbij komt nog kijken dat de doorsnee IRA-vrijwilliger zowel overeenkomsten heeft met de “linkse” als met de “rechtse” terrorist. Zo is het merendeel der IRA-vrijwilligers laaggeschoold of behoren in elk geval niet tot de hogere klasse. Anderzijds zijn ze ideologisch wel verwant met de “linkse” terrorist.

 

Alle IRA-specialisten (Tim Pat Coogan, Bowyer Bell, Patrick Bishop, enz...) zijn het erover eens dat het merendeel der IRA-vrijwilligers uit de arbeidersklasse komt. Zowel Gerry Adams als Martin Mc Guinness zijn arbeiders. Wat dit betreft, passen ze, althans volgens de Duitse studie, in het rechtse kamp.

Nochtans kan je moeilijk een doorsnee maken van “dé” IRA-vrijwilliger. In steden zoals Belfast en Derry vind je een ander type dan in plattelandsstreken zoals South Armagh of East Tyrone.

In deze laatste twee gebieden bijvoorbeeld ligt de gemiddelde leeftijd hoger, namelijk tussen de 35 en 55, daar waar de stedelijke IRA-vrijwilligers tussen de 20 en 35 jaar oud zijn.

Niet alleen de leeftijd ligt hoger, ook het opleidingsniveau. De meeste IRA-mensen uit de plattelandsgebieden hebben of hadden een vrij beroep of zaten in de ambtenarij.

Er zijn ook boeren bij. In de steden zijn de meesten arbeiders of werklozen.[87]

 

Naar mijn mening medicaliseert Prof. Van Moffaert het terrorisme.

De meeste terroristen zouden gedreven worden door persoonlijkheidsstoornissen en in het algemeen sociaal onaangepast zijn. Dit blijkt evenwel verkeerd te zijn voor het IRA. Hiervoor is de BBC documentaire van Peter Taylor waardevol.[88]

De mensen van het IRA die daar aan bod komen, zijn niet meer of minder gestoord dan u of ik. Ongetwijfeld zullen er psychopaten in het IRA zitten, maar die zitten naar alle waarschijnlijkheid op de universiteit ook. [89]

 

In de documentaire werd duidelijk dat een IRA-vrijwilliger niet uit pathologische redenen, maar uit wraak en frustratie het IRA vervoegt. Men voelt zich onderdrukt, men komt uit een sociaal gedepriveerde buurt en men wordt gewoonweg niet aanvaard

omdat men katholiek en Ier is.[90]

Of men liefdesrelaties al dan niet vermijdt, is niet duidelijk. Gerry Adams is getrouwd en heeft kinderen en in de wijken van West Belfast zag ik toch zeer veel kinderen rondlopen. Hier hebben de protestanten trouwens schrik voor. Nu al blijken er meer katholieke -15 jarigen te zijn als protestantse.

 

Eigenlijk is er maar één vaststelling uit het Kriminalistik-onderzoek en uit de slides van Van Moffaert die strookt met de IRA werkelijkheid, en dat is het hoge aandeel van vrouwen. Er zijn zelfs speciale IRA-vrouwengevangenissen (Armagh) en velen zijn nu al, naar aloude Ierse gewoonte, tot martelaar verheven.

 

 

HOOFDSTUK  2: De Reactie

 

2.1. De media

 

De media speelt een cruciale rol in de weergave van het conflict. De mensen die niet bij het conflict betrokken zijn, zoals in Vlaanderen, krijgen hun informatie hoofdzakelijk van diezelfde media. Spijtig genoeg zijn er geen echte uitgewerkte analyses van de berichtgeving over Noord-Ierland sinds 1969.

Na lang zoeken, vond ik toch een boek van David Miller, die het verschil analyseert in berichtgeving tussen de Britse media en, hoofdzakelijk, de Amerikaanse media i.v.m. het conflict.[91]

 

Zoals ook elders in Europa, zijn de Britse eilanden niet gespaard gebleven van een verregaande segmentering en regionalisering van het krantenlandschap.

The Daily Star bijvoorbeeld, heeft zowel een Dublinse als een Londense versie. Hieronder volgt een voorbeeld van het enorme verschil in nieuwsweergave.

Het betreft hier de verslaggeving over een vuurgevecht tussen Britse soldaten en “roofovervallers” in West Belfast.[92]

 

It’s IRA who shoot to kill (London)

 

“Undercover troops shot dead three men robbing a betting-shop in West Belfast. The robbers were brandishing replica guns indistinguishable from the real thing. Whining do-gooders - joined by Sinn Fein, the political wing of the IRA - immediately jumped on the left-wing bandwagon, and demanded to know whether our security forces are operating a shoot to kill policy. The three villains - all with records as long as your arm - were dressed in IRA ‘uniform’ of black balaclavas and black woollen gloves. The Army must not waste time on a ridiculous inquiry into these absurd allegations. Anyone who tries to commit a robbery in Northern Ireland carrying weapons - or lifelike replicas - can hardly expect to be welcomed with tea and scones. And do people have to be reminded: it is the IRA who STARTED the shoot-to-kill policy.

 

We want the facts (Dublin)

 

“No one is above the law. And that includes the security forces in the North. Last Saturday in Belfast they shot dead three raiders outside a betting shop in what can only be described as strange circumstances. Taoiseach Charles Haughey rightly said that his Government had ‘serious disquiet and misgivings’ about the incident. But yesterday in the House of Commons Ulster supremo, Peter Brooke, refused demands from MP’s to hold an independent inquiry. Not good enough, Mr Brooke. Surely you cannot dismiss so lightly reports of eye-witnesses who said that even after the raiders had stopped, further shots were fired into their bodies. The Government here must not let the matter rest. They must insist that all the facts are brought fully into the open. Nothing else will satisfy decent people. (Source: reprinted in UK Press Gazette, 29 January 1990)[93]

 

Het valt duidelijk op, hoe de Engelse krant het hier toch ietwat populistisch speelt. “Criminaliteit, harde aanpak !” lijkt wel de teneur te zijn. Een crimineel moet er nu eenmaal mee rekening houden dat hij zwaar bestraft kan worden, bijvoorbeeld door doorzeefd te worden met kogels. In één ruk wordt ook Sinn Fein/IRA bij de zaak betrokken. Het incident speelde zich af in de katholieke wijk en de partij bekloeg zich over het disproportioneel geweld van het leger. Volgens de Engelse krant, moet er geen rekening gehouden worden met de left-wing IRA en zijn het nog altijd zij die gestart zijn met een shoot-to-kill policy.

 

De Ierse zusterkrant gooit het over een heel andere boeg. Zij leggen eerder de nadruk op het disproportioneel geweld van het leger. Er wordt zelfs met geen woord gerept over Sinn Fein of het IRA.

 

De bedoeling van de Engelse Daily Star is duidelijk. Door in een artikel over een roofoverval ook het IRA te betrekken, tracht men de bevolking van West Belfast te criminaliseren (in de Ierse krant wordt gewoon over Belfast geschreven). Niet alleen is West Belfast een soort Bronx voor de Daily Star, ook het IRA en de roofovervallers verschillen in niets met elkaar, het zijn allemaal “criminelen”.

 

In andere artikels wordt het IRA voorgesteld als een marxistisch-leninistische

groepering die uitgebreide contacten heeft met andere “terroristische” groeperingen in het Midden-Oosten.[94] Dit is natuurlijk voldoende voor de modale Brit om het IRA als staatsgevaarlijk te zien. Daarbij komt nog dat het overgrote deel van de Britse kranten, en vooral de veelgelezen pulpbladen, van rechtse en populistische signatuur zijn.

 

De Amerikaanse pers blijkt neutraler en dus objectiever te zijn. Doch ook op de Amerikaanse markt is er bijvoorbeeld een groot verschil tussen de Boston Globe, traditioneel een Iersgezinde krant in het quasi Ierse Boston, en de Wall Street Journal.

 

Bij een vergelijking tussen Amerikaanse en Britse TV-stations in 1988, werd er onderzocht hoe het IRA genoemd werd.

In totaal werd er in de VS  63 keer verwezen naar het IRA en in GB 96 keer.

Er waren enerzijds neutrale termen zoals “IRA”, “Irish Republican Army” of “Activists”. Anderzijds had je criminaliserende termen zoals “terrorists”, “mob”, “bombers” of “gang”.

 

In de VS werd het IRA in 83 % van de vermeldingen (52/63) neutraal weergegeven als “IRA” of “Irish Republican Army”. In 17 % van de vermeldingen werden termen zoals “terrorists” of  “mob” gebruikt. 

In GB daarentegen werd in maar 57 % van de vermeldingen een neutrale term gebruikt. In 43 % van de vermeldingen werd een criminaliserende term aangewend.[95]

 

Een gebeurtenis die eveneens voor veel opschudding zorgde in de internationale pers, was de actie van de SAS (Special Air Service = commando-eenheid) in Gibraltar waarbij drie ongewapende IRA-activisten werden doodgeschoten (1988).

 

De Iersgezinde Boston Globe schreef toen:

 

“Marvellous ! The British celebrated St.Patricksday a bit prematurely last week by killing three unarmed Irish citizens on a street in Gibraltar and you would need a seeing-eye dog to locate an American politician here with even the slightest drop of Celtic blood who dare to label the deed for what it was: simple murder.”

(Mike Barnacle, Boston Globe, 17 maart 1988)

 

De Britse krant News of the World zag het evenwel anders:

 

“Last Sunday three IRA terrorists where shot dead in Gibraltar by the British Army. Now Labour appeasers moan. They claim the three ought not to have been shot.

They were unarmed so it wasn’t legal they say. Unarmed? They had smuggled in a car loaded with explosives. Enough to kill two or three hundred people. The assassins should have been buried in Gibraltar. Not in Ireland for the IRA to use the funeral for a mass demonstration. It doesn’t matter that the individuals weren’t carrying arms.”

(Woodrow Wyatt, News of the World, 13 maart 1988)[96]

 

Persoonlijk vind ik dat beide artikels over de schreef gaan. De Boston Globe bekijkt de zaak iets te idealistisch en had waarschijnlijk liever het welslagen van de IRA-missie gezien, i.e. het opblazen van een Brits militair muziekkorps. Je kan Iersgezind zijn, maar zelfs dan heb je de plicht zo objectief mogelijk te zijn.

Het IRA was namelijk niet met vakantie in Gibraltar. Op het moment van de dodelijke schoten, waren ze inderdaad ongewapend, maar indien het IRA gelukt was in zijn opdracht, zouden tientallen muzici (al dan niet militaire) het leven verloren hebben. Laat ons evenmin vergeten dat het IRA ook ongewapende soldaten durft neer te schieten.

 

Daartegenover staat natuurlijk het feit dat de SAS een deel van de overheid uitmaakt. Een overheid moet zich altijd aan de regels van een rechtsstaat houden en mag zich niet “verlagen” tot andere methodes. De drie neergeschoten IRA-activisten hadden even zo goed ingerekend kunnen worden.

 

Naar aanleiding van deze feiten plaatste de unionistische MP (Member of Parliament)  voor South Down (Noord-Ierland)  Enoch Powell een vrije tribune in

The Independent:

“A massive self-congratulation intoned by the Foreign Secretary engulfed the media. It echoed back and forth in Parliament and the papers. Maybe what happened in Gibraltar was perfectly lawful and defensible...Maybe; but there is another

possibility. The possibility that it was deliberate, coldblooded, premeditated murder.”

(Enoch Powell in The Independent van 1 april 1988)

 

Dit artikel is toch wel zeer merkwaardig. Powell was (de man is dit jaar gestorven) een aartsconservatieve unionist die in de verste verten niet van IRA-sympathieën kon verdacht worden. Toch probeert hij objectief te zijn en vraagt zich af of de SAS-actie niet onwettelijk was. Het is natuurlijk niet de eerste keer dat Powell voor opschudding zorgt en na de publicatie van het artikel is er protest gerezen uit unionistische rangen.

 

Daarnet gaf ik een vergelijking tussen de Britse en de Amerikaanse TV-stations over hun beschrijving van het IRA. Hetzelfde heeft Miller ook onderzocht voor de geschreven pers gedurende dezelfde periode.

 

In het totaal waren er meer dan 700 verwijzingen naar het IRA.

In 12 % van de Amerikaanse artikels werden IRA-vrijwilligers “guerrillas” of “rebels” genoemd. In 78 % van de artikels, gebruikte men neutrale termen zoals “IRA”.

Enkel in 10 % van de artikels werd expliciet naar het IRA verwezen als “terroristen”.

In GB was er geen enkele verwijzing naar “guerrillas” of “rebels”. In 41 % van de artikels werden ze geëtiketteerd als “terroristen”.

 

Gedurende dezelfde periode werd hetzelfde gedaan voor de loyalisten, de gewapende unionisten.

 

In de Amerikaanse pers werd 106 keer naar hen verwezen, in de Britse 243 keer.

In 63 % van de Amerikaanse artikels werden de loyalisten “killers” of  “protestant terrorists” genoemd. Dit is toch wel opvallend, maar het percentage ligt zelfs nog hoger in de Britse pers, waar ze in 68 % van de artikels als “terroristen” werden bestempeld.

 

De reden voor deze overwegend afwijzende houding t.o.v. de loyalisten moet gezocht worden bij hun acties. In een vorig hoofdstuk zagen we dat de hoofdbezigheid van de loyalisten erin bestond onschuldige katholieke burgers te vermoorden (78 % van hun 911 slachtoffers).

 

Wat de Britse pers betreft, is het Britse leger voor hen het enige legitieme leger.

Elke groepering die de stabiliteit van het koninkrijk in gevaar brengt door mensen te vermoorden, wordt door de Britse pers negatief bekeken. Vooral als het gevaar bestaat dat een groepering, die (zoals de loyalisten) bekend staat als moorddadig, over dezelfde kam als het leger zou kunnen geschoren worden.

 

De Britse overheid gebruikt ook de BBC in haar strijd tegen het “terrorisme”.

De BBC “guidelines for journalists” deelt de journalisten in de gebiedende wijs mee, elke term te vermijden die terroristen ophemelt of hun legitimiteit verschaft. Zo zijn woorden als “brigade” (bv. de IRA Belfast Brigade) of “active service unit” (de cellen van het IRA) verboden.

Om ervoor te zorgen dat de verslaggeving over Noord-Ierland uit de “juiste” hoek komt, heeft de BBC een “broadcasting ban” opgelegd gekregen in het kader van Sectie 29 van de Broadcasting Act (BA) van 1981. Een elftal organisaties, opgesomd

onder paragraaf 2 van de BA, werden compleet van het scherm geweerd. Het betrof ondermeer een aantal illegale, paramilitaire groeperingen van zowel republikeinse als loyalistische zijde. Maar ook Sinn Fein, een nochtans legale partij, werd geweerd.

De wettekst zegt het volgende:”...that they (nvDD: de BBC) refrain at all times from broadcasting any words spoken whether in the cause of an interiew or discussion or otherwise, by a person who appears or is heard on the programme in which the matter is broadcast where the person speaking the words represents or purports to represent an organisation specified in paragraph 2 below, or the words support or sollicit or invite support for such an organisation.”[97]

In de praktijk betekende dit dat bijvoorbeeld een gezicht van een Sinn Fein-verantwoordelijke wel kan gezien worden op de TV, maar de stem door een BBC-medewerker moet ingesproken worden. Dit leidde tot de absurde situatie dat in een interview in december ‘90 de Britten Gerry Adams wel zagen, maar hetgeen hij zei onmiddellijk door een medewerker gesynchroniseerd werd.

 

Er zijn nochtans twee uitzonderingen op de “ban”. Tijdens verkiezingscampagnes, tussenkomsten in het parlement en bij discussies over constitutionele materies,

mag SF wél op de BBC.

Over de “ban” zei  premier Margaret Thatcher ooit het volgende: “To beat off your enemy in a war, you have to suspend some of your civil liberties for a time.”  [98]Dit is toch wel een krasse uitspraak en blijkbaar heeft ze zich eventjes versproken aangezien ze het conflict een “war” noemde, terwijl de overheid er juist alles voor over had en heeft om het conflict net niet als een oorlog te zien.

 

De “ban” nam soms wel heel idiote vormen aan. In oktober 1990 mocht een historische reeks voor kinderen, die ook over Ierland ging, geen beelden geven van de bekendste Ierse politicus en veelvuldig ex-premier Eamon De Valera (wel ex-IRA) en van Nobelprijswinnaar en mensenrechtenactivist Sean McBride (ex-IRA bevelhebber)

Maar niet enkel personen of groeperingen die onder paragraaf 2 van de BA vielen werden geweerd, ook politici of zangers die te pro-Iers waren, zoals Bernadette

Mc Aliskey (née Devlin), de Londense folkrock-groep The Pogues van Sean McGowan of  een socialistisch gemeenteraadslid uit Brighton, werden eveneens van het scherm geweerd.

 

Spijtig genoeg overtreedt deze “broadcasting ban” nauwelijks, bijvoorbeeld,  art.19 van het BUPO-verdrag en art.10 van de Europese Conventie voor de Verdediging van de Rechten van de Mens (beiden ondertekend door het VK) in verband met de vrije meningsuiting.

Beide verdragen voorzien beperkingen van de vrije meningsuiting wanneer het bijvoorbeeld om de nationale veiligheid gaat.

 

Sinds eind ‘94, het schuchtere begin van de vredesonderhandelingen, is de “ban” versoepeld en kunnen de Britten Gerry Adams niet alleen zien, maar hem ook Belfasts horen spreken.

 

Volgens de professor sociologie Bill Rolstein (University of Ulster), is de BBC nog steeds de trouwe spreekbuis van de regering over Noord-Ierland.[99]

Televisie is en blijft een belangrijk medium. Diegene die het controleert, kan de geesten van de mensen naar goeddunken beïnvloeden. Aangezien het Britse leger en de Britse overheid zichzelf als de enige legitieme macht zien, moet dit ook diets gemaakt worden aan de Britse bevolking.

De BBC is een wereldmedium, maar blijft soms toch gecontroleerd door de overheid, vooral wat de verslaggeving over Noord-Ierland betreft.

 

Er mag nochtans niet veralgemeend worden. De laatste jaren, sinds de schuchtere toenadering tussen IRA en Britten, durft de BBC de stok in het hoenderhok van de conservatieve unionisten te werpen. Vooral de stugge houding van David Trimble, leider van de grootste unionistische partij UUP (Ulster Unionist Party), wordt door BBC-journalisten sterk aangevallen. Ian Paisley, de rabiate katholiekenhater en rechtse populist van de DUP (Democratic Unionist Party, 4de grootste partij na Sinn Fein), wordt al langer door de BBC verguisd.

 

Niet zo lang geleden, verscheen er nog een steengoede BBC-documentaire over het IRA van Peter Taylor. De documentaire is zeer objectief en laat alle zijden aan het woord. Taylor formuleert daarbij soms bedenkingen bij beide zijden.

Deze documentaire is ook in boekvorm verschenen en raad ik iedereen aan.[100]

 

Niet enkel de Amerikaanse pers wordt door Miller geanalyseerd.

Zo bestudeert hij de Oost-Europese pers (van voor de val van de muur), waarbij de “communistische” regimes telkens weer het Britse imperialisme  in Noord-Ierland aanklagen.

De West-Europese kranten zijn verdeeld. Soms lijkt de scheidingslijn, bij het verschil in berichtgeving over het IRA, gelijk te lopen met de links-rechts tegenstelling bij kranten. Doch dit mag niet veralgemeend worden.

De “rechtse” Le Figaro ziet het IRA bijvoorbeeld als “terroristen”, terwijl de “linkse” L’humanité de Ierse hereniging als enige oplossing naar voren schuift en het IRA eerder als rebellen bekijkt.

 

Natuurlijk heb je ook altijd uitschieters in de berichtgeving, die uitblinken in een propagandistische stijl en subjectiviteit. Ik sluit dan ook dit hoofdstuk af met een bericht van het Albanese persbureau ATA in 1984:

“The freedomloving forces of Northern Ireland ( nvDD: het IRA wordt bedoeld) are responding to the savage violence of the British police and occupying forces with a resolute struggle.”

 

2.2. De Britse overheid en de criminalisering

 

In de voorgaande hoofdstukken is er al veelvuldig gewezen op de elementen in de Britse politiek die de criminalisering van het IRA in de hand moesten werken (censuur media, versterking politie t.o.v. leger,...)

 

De bedoeling van de Britse overheid was eenvoudig. Het IRA moest door de wereld aangezien worden als een maffieuze groepering en niet als een verzetsleger. Dit in de praktijk brengen, was minder eenvoudig. Het IRA was namelijk sinds het begin van de jaren ‘70 uitgegroeid tot een stevige organisatie, die in de ogen van de katholieken/nationalisten “hun” leger was.

 

Voor 1974 (het jaartal van de invoering van de beruchte Prevention of Terrorism Act) werd het conflict uitgevochten tussen twee partijen, namelijk het IRA en het Britse leger.

 

Gevangengenomen IRA-activisten werden in het kader van de Selective Detention Order door een legerofficier opgesloten, en niet door een politie-officier.[101]

Het meest beruchte krijgsgevangenenkamp (want dat was het in feite) was “Long Kesh”. In het kader van de criminalisering echter, werd Long Kesh opgedoekt en kwamen de gevangenen in “The Maze” terecht, een “echte” gevangenis waar de IRA-leden als criminelen van gemeen recht werden behandeld.[102]

Toen een aantal IRA- en INLA- activisten in hongerstaking gingen en een “POW” statuut eisten, bleef de Britse regering weigeren. Uiteindelijk stierven er tien hongerstakers wat voor enorme protesten zorgde. Tenslotte kregen de gevangenen een officieus krijgsgevangenenstatuut (in Noord-Ierland, niet in Groot-Brittanië).

 

Voor ‘74 waren er regelmatige protestacties in London om de terugtrekking van de troepen te eisen. Het Britse leger scheen haar legitimiteit te verliezen en de Britse overheid wou kost wat kost Amerikaanse toestanden vermijden.

De man die voor de criminalisering instond, was Merlyn Rees, de “Northern Ireland Secretary”. De “NIS” is de directe bestuurder van Noord-Ierland in naam van London. De huidige NIS is Mo Mowlam.

 

Tussen 1974, toen de PTA (Prevention of Terrorism Act) werd uitgevaardigd, en de jaren ‘90 is de RUC in personeel bijna verdriedubbeld, van 4000 naar 12000 man.[103]

Niet alleen de personeelssterkte nam toe, ook het materieel werd gemoderniseerd en aangepast aan de uitzonderlijke omstandigheden.

Speciale RUC-eenheden werden door de Britse SAS (Britse commando’s) opgeleid tot gespecialiseerde “anti-terroristische” eenheden.[104]

Kortom: de RUC werd in korte tijd gemilitarizeerd en had in feite meer weg van een leger dan van een politie, laat staan een “gemeenschapspolitie”.

 

Daar de RUC geen tijd of aandacht had voor “basispolitiezorg”, vulden de para-militaire groeperingen langs beide zijden deze leemte op. De arbeiderswijken van katholiek West Belfast en protestants East Belfast werden in de jaren ‘70 geteisterd door drugdealers en dieven. De RUC kon hier niet veel tegen doen, enerzijds omdat ze er geen tijd voor had en anderzijds omdat West Belfast een “no-go area” was,

waar niemand van de overheid zich nog waagde, tenzij als het hoogdringend was en onder zware bescherming.

Daar het sociaal weefsel van de wijken door de criminaliteit werd aangetast, nam het IRA het recht zelf in handen en vervolgde de criminelen. Afhankelijk van het misdrijf, kreeg je eerst een hardhandige waarschuwing, vervolgens (bij recidive) een knieschot waarbij de knieschijf verbrijzeld werd, en als je het dan nog aandurfde te recidiveren, kreeg je een kogel door het hoofd. Deze regels gelden trouwens nog altijd.

De “knee-cappings” zijn iets typisch voor het IRA. Een verbrijzelde knieschijf geneest nooit helemaal en is dus een heel stigmatiserende wonde. Een jongeman die kreupel rondloopt in West Belfast, wordt onmiddellijk herkend als (ex)crimineel.

 

Begin jaren ‘80 had de overheid zich zelfs quasi neergelegd bij deze situatie en liet het IRA “zijn” werk doen. De RUC verloor er wel haar legitimiteit mee in de katholieke wijken, maar die was ze sowieso al verloren. Er waren zelfs voordelen bij voor de RUC:  de criminelen hoefden namelijk niet meer opgepakt te worden, maar werden door het IRA “bewerkt”. Idem qua kosten:  een doodgeschoten crimineel kost de overheid minder dan een strafproces.[105]

 

De Prevention of Terrorism Act is naar West-Europese normen een zeer verregaande uitzonderingswetgeving, die haar doel (de criminalisering van het IRA) voorbij-geschoten is.

Behalve het feit dat de belangrijkste opponent van het IRA nu de politie is, heeft de criminalisering nog niet zoveel opgeleverd, althans niet in Ierland en Noord-Ierland. In het buitenland daarentegen zien velen het IRA wel als maffieuze groepering die enkel protestantse burgers om het leven brengt.

 

Ondanks de verhoogde politie-activiteit, blijft het leger wel prominent aanwezig. Tijdens mijn verblijf in Belfast stond ik met een aantal vrienden een taxi op te wachten in Turf Lodge, een militante nationalistische wijk. De straten liepen vol met schoolkinderen en over hun hoofden cirkelde er voortdurend een laagvliegende legerhelicopter die alles nauwgezet in het oog hield. Er patrouilleerde tevens een pantserwagen door de wijk. De soldaten die erin zaten, waren in oorlogskledij en richtten hun machinegeweer op iedereen die er verdacht uitzag.

Het hoogste punt van West Belfast zijn de Divis Flats, een reusachtig wooncomplex gevuld met honderden katholieke families. Op het dak bevindt zich een Britse observatiepost die geheel West Belfast in het oog houdt. Eerlijk gezegd heb je in Belfast soms het gevoel dat je in Orwell’s 1984 bent beland.

Het leger beschouwt blijkbaar alle katholieken in West Belfast als criminelen.

De PTA is het voorwerp geweest van tal van klachten van mensenrechtenorganisaties.

Deze uitzonderingswetgeving gaat blijkbaar veel te ver en overschreidt de grenzen van het aanvaardbare in een democratische rechtsstaat. De inleiding van een rapport van de Northern Ireland Human Rights Assembly van april’92 verwoordt het als

volgt: “Yet, such respect for first generation human rights has not invariably been the preserve of the rich and developed countries. These countries, when faced with an exceptional situation, all too frequently manage to lose sight of what constitutes the very basis of all democracy: The respect for human rights and particularly civil and political rights.”

 

Wat nu volgt, is een kijk op de Britse en Noord-Ierse uitzonderingswetgeving aan de hand van een “Helsinki Watch Report”.[106]

 

Een voorbeeld van het verschil tussen het Brits uitzonderingsrecht en de mensenrechten is het “gebruik van dodelijk geweld” (The Use of Lethal Force)

In Sectie 3(1) van de “Criminal Law Act (Northern Ireland) 1967” staat:

“A person may use such violence as is reasonable in the circumstances in the prevention of crime, or in affecting or assisting in the lawful arrest of offenders or of persons unlawfully at large.”

Art.2 daarentegen van de Europese Conventie  voor de verdediging van de Rechten van de Mens, ondertekend door het VK, verwoordt het wel anders:

“Deprivation of life shall not be rgarded as inflicted in contravention of this article when it results from the use of force which is no more than absolutely necessary.”

(p.7 van het rapport)

 

Deze discussie tussen “reasonable in the circumstances” en “absolutely necessary” kan detaillistisch overkomen, maar is dit in de praktijk absoluut niet. Britse soldaten of politie-agenten hebben al meerdere malen dodelijke schoten afgevuurd op betogers. Bij klachten hiertegen, gaven de Noord-Ierse en Britse rechters telkens weer het leger gelijk, aangezien het schieten “reasonable” was tegen “molotovsmijtende” jongeren.

Volgens de Europese termen zou dit niet aanvaard worden. Stel je bijvoorbeeld voor dat de mobiele brigade van de rijkswacht met scherp of met “plastic bullets” zou geschoten hebben op de migrantenjongeren in Kuregem.

Ondanks de waarschuwingen en de slechte rapporten aan het adres van het Verenigd Koninkrijk, blijft de Britse overheid het optreden van het leger zien als “anti-terroristische” acties waarbij nu eenmaal doden kunnen vallen.

 

Een ander voorbeeld zijn de bevoegdheden van de Noord-Ierse politie inzake

The Power to Arrest”.

Sectie 14(1) van de PTA geeft de politie de toelating om iemand te arresteren zonder aanhoudingsbevel wanneer men een “aanneembare reden” heeft om een persoon te verdenken. In de praktijk kan iedere inwoner van West Belfast, The Bogside (Derry), Newry of Armagh zomaar opgepakt worden.[107]

 

Tussen 1974 en 1989 zijn 10.627 mensen gearresteerd op basis van dit artikel, van wie er maar 30 % uiteindelijk beschuldigd werd van criminele daden. Slechts 1 %

van alle opgepakten werd tenslotte beschuldigd van een misdrijf vallend onder de PTA (“terrorisme” dus).[108] Het is dus duidelijk dat de politie verregaande arrestatie-bevoegdheden heeft waarvan veelal misbruik wordt gemaakt. (p.12 van het rapport)

 

De toelating voor een huiszoeking kan zelfs door een “chief inspector” van de politie gegeven worden, wanneer er verdenking is van wapenbezit. In onze contreien wordt een bevel van de onderzoeksrechter vereist én is de huiszoeking aan voorwaarden gekoppeld.(p.21 rapport)

 

Normaal gezien is de maximale detentietijd, zonder beschuldiging, 24 uren. Onder de PTA daarentegen is een arrestatie mogelijk van 48 uren met een bijkomende termijn van 5 dagen, mits toelating van de “Secretary of State”. In de praktijk betekent dit dat een persoon van de straat kan geplukt worden (omdat hij bijvoorbeeld een IRA-leuze stond te scanderen) en voor 7 dagen kan opgesloten worden zonder dat hij ook maar enig contact mag hebben met de buitenwereld.

Hiertegen is natuurlijk scherp protest gerezen door tal van mensenrechtenorganisaties.

In Brogan vs. UK (1988) stelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat de arrestaties, onder de PTA, die de 4 dagen overschreden, in strijd waren met art. 5(3) van de Europese Conventie voor de Verdediging van de Rechten van de Mens. De reactie van de Britse overheid was laconiek. In plaats van zich te verontschuldigen of de PTA aan te passen, nam ze gewoon afstand van deze sectie van de Europese Conventie.

 

Van de 10.627 gearresteerden onder de PTA tussen 1974 en 1989 is bij 5.359 een verlenging toegestaan van meer dan twee dagen door de “Secretary of State” (50,4 %).

Een arrestatie die een week duurt, is dus geen uitzondering in Noord-Ierland.

(p.28 rapport)

 

Een bijzonder aspect is ook “The Right to a fait trial”.

In 1972 al besliste een Britse commissie, voorgezeten door Lord Diplock, dat de jury-rechtbanken moesten opgeschort worden voor de duur van het conflict.

De redenen die de commissie aangaf, waren de bedreigingen en intimidaties van getuigen en juryleden door paramilitaire groeperingen, en de mogelijkheid van partijdige uitspraken van de jury.[109]

Nochtans kan de Procureur-Generaal op aanvraag een zaak “out-scheduling” plaatsen. Dat wil zeggen dat hij wel een jury aanwijst, omdat het misdrijf volgens hem niet direct iets met politiek te maken heeft. In de praktijk wordt de “out-scheduling” in

70 % van de gevallen toegepast. Enkel de zware misdaden van de PTA (bomaanslagen, moord, wapens,...) komen voor een jury-loze rechtbank met een speciale procedure.[110]

 

Mensenrechtelijk staan we hier voor een probleem. Jury’s zijn namelijk geen vereiste volgens de verdragen die met mensenrechten te maken hebben.

Een aanknopingspunt waarmee je kritiek kan leveren op de “Diplock-courts” is art.14

van het BUPO-verdrag dat bepaalt dat in een bepaald land iedereen gelijk is voor de wet en dus iedereen op dezelfde manier moet behandeld worden.

In de praktijk zou dit dan betekenen dat ook “suspected terrorists” voor jury-rechtbanken komen in Noord-Ierland. Dit zou volgens advocaat Brendan Kearney, die al bijna 20 jaar “terroristen” van beide kampen verdedigt voor partijdigheid zorgen: “The jury system could be entirely inappropriate at this stage because of perverse verdicts. You would get a three to one verdict against a Republican in Belfast and the opposite here (nvDD: bedoeld wordt Derry waar 75% katholieken wonen).

(p.91 rapport)

 

Het gehele hoofdstuk 2 (De reactie) toont toch wel aan dat de Britse overheid er werkelijk alles voor over heeft, zelfs haar eeuwenoude democratische traditie, om de “oorlog” niet enkel materieel maar ook ideologisch te winnen. De tegenstrevers komen weinig of niet aan bod in de media en het conflict wordt enkel bekeken vanuit een overheidsperspectief.

 

Tevens merken we op dat de politionele bevoegdheden zodanig uitgebreid zijn, dat ze makkelijk tot misbruik leiden.

 

De criminalisering van het IRA gaat hand in hand met de beknotting van tal van rechten.

 

Indien men het IRA met “gewone” misdadigers wil gelijkschakelen, dan moet men niet eerst uitzonderingswetten (PTA) uitvaardigen waardoor men automatisch een speciale categorie van “misdadigers” maakt.

 

Een ander nadeel van de pogingen tot criminalisering, is de stigmatisering van een groot deel van de Noord-Ierse bevolking. Een katholieke Noord-Ier op bezoek in London heeft zowat hetzelfde culturele en sociale stigma op zich kleven als een Islamitische Marokkaan in Brussel.

 

Dit kan echt niet de bedoeling zijn.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[67]Ian Paisley komt uit Antrim, dat overwegend agrarisch is en oerconservatief.

[68]Coogan T.P., “The I.R.A.”, London, Fontana Books, 1980, pp.578-582

[69]zie zeker onder bijlagen : “afbeelding 52”

[70]zie zeker onder bijlagen : “afbeelding 53”

[71]Bowyer Bell J., “I.R.A. Tactics and Targets”, Dublin, Poolbeg, 1997, pp.11-17

[72]Flackes W.D., Elliott S., “Northern Ireland : A Political Directory, 1968-1988”, Belfast, Blackstaff Press, 1989, p.390

[73]Crenshaw M., “Terrorism in Context”, Pennsylvania, Pennsylvania State University Press, 1995,p.316

[74]O’Brien B., “The Long War : The I.R.A. and Sinn Fein, 1985 to today”, Dublin, O’Brien Press, 1993, p.296

[75]Bowyer Bell J.,”I.R.A. Tactics and Targets”, Dublin, Poolbeg, 1997, pp.92-98

[76]Hyams E., “Achtergronden van het Terrorisme”, Bloemendaal, Nelissen, 1977, p.85

[77] ! zie hiervoor zeker naar de bijlagen onder “afbeelding 61” en de Internet-verkiezingspagina’s op het einde van de bijlagen (ongenummerd achteraan) !

[78]Rekening houdende met de 40/60 verhouding katholieken/protestanten, de 790.884 geldige stemmen en de gelijke opkomst van beide gemeenschappen.

[79]Dit zijn West Tyrone, Mid Ulster, Foyle, Newry and Armagh, South Down en West Belfast.

[80]gehaald van Internet “UK Election Statistics database” .

   (ook) Flackes W.D., Elliott S., “Northern Ireland : A Political Directory 1968-1988”, Belfast, Blackstaff Press, 1989, pp.254-257

[81]De cijfers van de Britse en Ierse verkiezingen komen van Internet en kan je eveneens consulteren in de bijlagen.

[82]Sutton M., “An index of deaths from the conflict in Ireland, 1969-1993”, Belfast, Beyond the Pale Publications, 1994, 226 pg.

[83]zie zeker onder bijlagen de grafiek bij “afbeelding 62”

[84]Dit zijn ondermeer het INLA, de Official IRA en de IPLO

[85]zie ook grafiek bij “afbeelding 59 en 60” onder bijlagen

[86]Rupprecht R., “Lebenslaufanalysen von Terroristen” in : Kriminalistik, nr.6 (juni) 1982, 36e jaargang, Kriminalistik Verlag, Heidelberg-Hamburg, pp.298-302

[87]O’Brien B., “The Long War : The I.R.A. and Sinn Fein, 1985 to today”, Dublin, O’Brien Press, 1993, p.205

[88]Deze documentaire bestaat ook in boekvorm. Taylor P., “The Provos : I.R.A. and Sinn Fein”, London, Bloomsbury, 1996

[89]Livingstone N.C., “The War Against Terrorism”, Toronto, Lexington Books, 1981, p.32

[90]Zo werken er nagenoeg geen katholieke dokwerkers in de haven van Belfast. De scheepswerf van Belfast, waar de Titanic gebouwd is, staat bekend als een radikaal protestants bolwerk.

[91]Miller D., “Don’t mention the war : Northern Ireland, Propaganda and the Media”, London, Pluto Press, 1994, 368 pg.

[92]zie ook onder bijlagen : “afbeelding 32”

[93]Miller D., “Don’t mention the war : Northern Ireland, Propaganda and the Media”, London, Pluto Press, 1994, p.25

[94]Het is wel zo dat de Libische leider Ghadaffi een aantal wapenleveringen heeft verzorgd aan het IRA in de jaren ‘80.

[95]Miller D., “Don’t mention the war : Northern Ireland, Propaganda and the Media”, London, Pluto Press, p.192

[96]Miller D., “Don’t mention the war : Northern Ireland, Propaganda and the Media”, London; Pluto Press, p.185

[97]”Human Rights in Northern Ireland, A Helsinki Watch Report”, Human Rights watch, New York/Washington/Los Angeles/London, 1991, p.126

[98]”Human Rights in Northern Ireland, A Helsinki Watch Report”, Human Rights watch, New York/Washington/Los Angeles/London, 1991, p.127

[99]De Standaard, maandag 23 maart 1998, 75e jaargang, nr.82, p.5

[100]Taylor P., “Provos : The IRA and Sinn Fein”, London, Bloomsbury, 1996

[101]Bishop P., Mallie E., “The Provisional I.R.A.”, London, Corgi Books, 1989, p.277

[102]De Republikeinen doopten deze gevangenis om in “Long Kesh” om zo het krijgsgevangenenstatuut symbolisch in stand te houden.

[103]RUC : Royal Ulster Constabulary, de Noordierse politie die voor 90% uit protestanten bestaat. Sinds ‘74 zijn zij ook een hoofddoelwit van het IRA.

[104]Morris E., Hoe A., “Terrorism, Threat, and Response”, London, McMillan Press, 1987, p.134

[105]Kelley K., “The Longest War : Northern Ireland and the I.R.A.”, Dingle, Brandon Book Publishers, 1982, pp.289-292                                    

[106]”Human Rights in Northern Ireland, a Helsinki Watch Report”, Human Rights Watch,  New York/Washington/Los Angeles/London, 1991

[107]Walker C., “The Prevention of Terrorism in British Law”, Manchester, Manchester University Press, 1986, p.119

[108]zie zeker onder bijlagen : “afbeelding 50”

[109]Bijvoorbeeld een overwegend protestantse jury bij een katholieke beschuldigde of omgekeerd.

[110]Deze rechtbanken zijn de geschiedenis ingegaan als de “Diplock-Courts”, naar commissievoorzitter Lord Diplock die het systeem invoerde.