Een Standaard in Vlaanderen? Vlaams-Katholieke krant op zoek naar kwaliteit en politieke invloed 1947-1976. (Karel Van Nieuwenhuyse)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

HOOFDSTUK VII

 

MEI 1965 - MAART 1968:

EVOLUTIE NAAR EEN BREED INFORMATIE- EN KWALITEITSBLAD

 

G. DE STANDAARD EN DE VLAAMSE BEWEGING

 

De krant bleef zich voorstander tonen van een federalisering van het land en de politieke partijen. Ze pleitte voor gewestelijke autonomie en decentralisatie van een aantal ministeries. In de loop van 1967 ging ze haar oor te luister leggen in Wallonië om te achterhalen wat de Walen over de kwestie dachten. Onder de titel ‘Praten met Walen’ verschenen van 18 t.e.m. 27 april 1967 diverse weergaven van gesprekken die met Waalse kopstukken werden gevoerd. Kamerlid Périn (van de Parti Wallon, de voorloper van het Rassemblement Wallon) toonde zich voorstander van een onafhankelijk Wallonië als antwoord op de Vlaamse hegemonie. Het christen-democratisch Kamerlid André Magnée wenste eerder decentralisatie dan federalisme. De Waalse CVP-voorzitter Albert Parisis vond dat Vlamingen en Walen elkaar nodig hadden. Prominent lid van de MPW Genot was voorstander van de splitsing van de politieke beslissingsmacht: decentralisatie en interprovincialisme volstonden voor hem niet. Max Bastin, een Waals christen-democratisch intellectueel doch geen politicus, was gewonnen voor Vlaams-Waalse samenwerking. Tot slot werd nog de liberale minister-staatssecretaris Michel Toussaint aan de tand gevoeld. De conclusie van De Standaard luidde dat Vlaanderen zowel als Wallonië zekere problemen hadden, en dat de tijd rijp was voor Vlamingen en Walen om ze samen te bespreken.

De Vlaamse strijd die de krant voerde, concentreerde zich in de jaren 1965-68 steeds meer rond Brussel[131]. Dit mag niet verwonderen: met uitzondering van de Leuvense universiteit, waarrond ook hevig campagne werd gevoerd (in een case study komen we hier op terug), was Vlaanderen eentalig Vlaams geworden. Het kwam er nu op aan de rechten van de Vlamingen in de hoofdstad te vrijwaren en te verdedigen. Cruciaal hierin was de naleving van de taalwetten, en in de eerste plaats ook het operationeel maken ervan. Hoger zagen we reeds hoe de krant minister Frans Grootjans onder vuur nam vanwege zijn getalm rond de uitvaardiging van de uitvoeringsbesluiten van de onderwijstaalwet van 1963. FDF en PVV werden verweten de taalwetten te saboteren in het nadeel van de Vlamingen. Op 24 januari 1966 publiceerde de Standaard een waarschuwing uitgaande van vrijwel alle Vlaamse verenigingen: de taalwetten mochten in geen geval tegen de Vlamingen worden uitgespeeld[132]. De Vlaamse betoging te Brussel van 5 november 1967, georganiseerd door het ‘5 novembercomité’ (gegroeid in de schoot van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen, dat einde 1965 werd opgericht onder impuls van de drie Vlaamse cultuurfondsen als opvolger van het ter ziele gegane Vlaams Aktiekomitee voor Brussel en Taalgrens), werd door de krant ondersteund. Net zoals dat met de Vlaamse marsen het geval was, vond ook nu weer overleg plaats tussen het organiserend comité en De Standaard[133]. De krant publiceerde oproepen uitgaande van het comité om op 5 november mee te betogen onder het motto ‘Vlaanderen laat Brussel niet los’. Ze vroeg de Vlamingen tevens om zich in de hoofdstad waardig te gedragen[134]. De betoging draaide uit op een succes: de politie telde 32 000 deelnemers, de rijkswacht 45 000 en de organisatoren 60 000. Vlaanderen toonde zijn macht, zo stelde de krant[135].

Allerlei Brusselse taalwantoestanden werden in de tweede helft van de jaren ’60 aangeklaagd: de Vlaamse bibliotheken te Brussel werden gefnuikt, de Vlaamse jeugd ter plekke werd via het onderwijs verfranst, in de Brusselse ziekenhuizen werd haast geen Nederlands gesproken waardoor Vlaamse patiënten zich soms niet verstaanbaar konden maken tegenover de geneesheren, Vlaamse gelovigen bevonden zich in de quasi-onmogelijkheid om Vlaamse missen bij te wonen, de Franstalige Brusselaars wilden Brussel laten uitdijen tot gans Vlaams-Brabant, de ULB diende een Nederlandse afdeling te krijgen, etc. Meermaals riep De Standaard de Vlamingen op tot samenwerking over de partijgrenzen heen. Er moest een Vlaamse frontvorming rond Brussel worden bewerkstelligd, als antwoord op het Franstalige extremisme[136]. Vooraanstaand lid van de Brusselse afdeling van het Willemsfonds, Yvette Vanneste, bevestigt dat “De Standaard de samenwerking tussen de drie Vlaamse cultuurfondsen genegen was”[137]. De krant stelde als eisen voorop dat de negentien Brusselse gemeenten zouden samensmelten, en de zes Vlaamse randgemeenten bij Vlaanderen zouden behouden worden[138].

 

TOT BESLUIT:

DE STATUS VAN DE STANDAARD IN DE JAREN 1965 - 1968

 

Uit bovenstaand relaas mag blijken dat de krant in de periode 1965-68 het label kwaliteitskrant heel dicht benaderde. Aan bijna alle voorwaarden voldeed ze haast. Vele minpunten van de vorige periode werden weggewerkt: het sociaal netwerk werd uitgebreid, en het pluralisme in de berichtgeving en de contacten nam sterk toe. Dit was ook de mening van Scriba, alias Herman De Ceuster, oud-redacteur van De Standaard. In het tijdschrift De Maand van februari 1966 verscheen van hem een artikel over ‘het intellectueel peil van de Vlaamse pers’. Daarin schreef hij over De Standaard: “Als een kleine Matterhorn steekt De Standaard qua niveau boven de andere bladen uit. Het blad van wijlen Gustaaf Sap heeft onder het beheer van dezes schoonzoon een merkwaardige vlucht genomen. Stoutmoedig zakenman, met een onmiskenbare feeling ook voor het journalistieke element in zijn bedrijf, heeft de h. A. De Smaele aan zijn ‘groep’ van bladen sedert een tiental jaren een positie weten te verschaffen, die door de concurrentie met groeiende bezorgdheid wordt gadegeslagen. (...) De uitwisselbaarheid van zetsel tussen De Standaard en Het Nieuwsblad is zodanig afgewogen dat gemeenschappelijke stukken in geen van beide bladen storend werken. Het gehalte van de als ‘cultureel’ te bestempelen artikelen is sedert enkele jaren bij De Standaard opvallend goed en vrijwel op internationaal niveau. De buitenlandse kroniek, ofschoon een steen des aanstoots voor velen, is eveneens merkwaardig. In de binnenlandse berichtgeving mist men - spijt de zo vaak briljante commentaren - af en toe de volgehouden inspanning om de politieke actualiteit ‘op de minuut’ te volgen. (...) Alles samengenomen is De Standaard nu ‘within hailing distance’ gekomen van de grote internationale klasse en de krant heeft zeker de ambitie om die klasse ook te bereiken.”[139]

Niet alleen genoot De Standaard een erg goede status, en bleef ze een rol spelen als politiek actor, aan politieke redacteurs in het algemeen werd in de tweede helft van de jaren ’60 veel invloed toegeschreven, zo blijkt uit een onderzoek naar de machtshiërarchie in België, uitgevoerd door Wilfried Dewachter. Na bevraging van heel wat personen nauw betrokken bij de politieke besluitvorming, kwam hij tot een rangorde van de machtshiërarchie waarbij de ‘politieke redacteur’ een tiende plaats innam na de premier, de partijvoorzitter, de leider van een vakverbond, de minister, de leider van het VBN, de leider van een financiële groepering, de kabinetschef, de leider van een actiecomité, en het lid van de partijleiding. De ‘politieke redacteur’ ging de leider van een vrije beroepsvereniging, het parlementslid, de ambtenaar-generaal en het lid van de kerkelijke hiërarchie vooraf[140].

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

 


[131] Voor de taalverhoudingen in het land en de situatie van de Vlamingen in Brussel, zie resp. De Metsenaere, “De taalverhoudingen”. Parmentier, “Het Nederlandse verenigingsleven te Brussel”.

[132] In de krant kwamen die verenigingen nog steeds vaak aan bod met hun standpunten, moties en memoranda, etc. De contacten tussen de krant en de organisaties bleven uitstekend.

[133] Verslag van de vergadering van het ‘5 novembercomité’ 25/9/67. Archief Aloïs Gerlo, tweede schenking nr. 14.

[134] De Standaard (4-5 november 1967).

[135] De Standaard (6 november 1967).

[136] De Standaard (o.m. 8 mei en 6 juni 1967).

[137] Interview Yvette Vanneste 6/7/99.

[138] De Standaard (1 juni 1967).

[139] Scriba [Herman De Ceuster], “Het intellectueel peil van de Vlaamse pers”, 68-69.

[140] Dewachter en Das, Politiek in België, 88-89.