De Oranjemarsen: 1985 – 1996 (Tom Van Geertsom)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Inleiding

 

Een verhandeling over de Oranjemarsen lijkt misschien een vreemd onderwerp voor een student in België. De protestantse Oranje Orde lijkt hier wel het minste van onze zorgen. Toch is de problematiek rond de marsen een goede manier om het Noord-Ierse conflict te benaderen, een conflict dat zich tenslotte toch afspeelt in een land van de Europese Unie, met nog een tweede Europees land als betrokken partij.

De meeste Oranjemarsen verlopen rustig, maar in de enkele probleemvolle marsen komen elk jaar opnieuw verschillende elementen van het Noord-Ierse conflict naar boven. Als eerste is er natuurlijk het wantrouwen en het geweld tussen de katholieken en de protestanten. Ook het wantrouwen van beide gemeenschappen tegenover de ordehandhavers komt aan het licht, net als politiek en religieus extremisme en de onbereidheid om compromissen te sluiten.

 

De Oranje Orde is niet de enige Noord-Ierse organisatie die parades organiseert, maar zij is wel verantwoordelijk voor het merendeel ervan. De Orde onderscheidt zich ook door haar groot ledenaantal en door haar grote politieke macht. Het is de combinatie van protestantse cultuur en unionistische politiek die van haar marsen meer dan enkel onschuldige folkloristische optochten maakt. De katholieke gemeenschap ervaart ze als provocerend en kleinerend.

 

De binding met de politiek verklaart waarom de Oranje Orde een controversiële organisatie is. De bedoeling in deze thesis is dan ook van drie kranten en één weekblad te achterhalen hoe zij tegenover de Oranjemarsen staan, hoe ze de marsen behandelen, en hoe die marsen jaar na jaar verlopen en waarom ze zo verlopen.

 

De drie kranten zijn ‘The Irish Times’, ‘The Times’ en ‘De Standaard’, het weekblad is ‘The Economist’.

‘The Irish Times’ is de enige nationale krant in Ierland die als kwaliteitskrant beschouwd wordt. De Britse ‘The Times’ wordt ook tot de kwaliteitskranten berekend en heeft een grote internationale uitstraling. Deze krant zou aanleunen bij centrum-rechts en zou dus eerder geneigd zijn de Conservatieve Partij te steunen. ‘De Standaard’ wordt gerekend tot één van de Vlaamse kwaliteitskranten en staat dicht bij Vlaams-nationalistische bewegingen. Die hebben op hun beurt vaak nauwe contacten met Iers-nationalisten. ‘The Economist’ tot slot staat gekend voor haar scherpe analyses.

 

Het Noord-Ierse marsseizoen start jaarlijks rond Pasen en loopt tot ongeveer eind augustus. De belangrijkste Oranjemarsen concentreren zich in de maand juli. Voor juli komen de marsen zelden in de kranten te staan, aangezien ze dan meestal zonder problemen verlopen. Eind juli verdwijnt de meeste aandacht opnieuw, al komen in augustus soms wel de marsen van andere orden in het nieuws.

 

Op de vraag waarom het ene jaar de Oranjemarsen wel uit de hand lopen en het andere jaar ze quasi onopgemerkt voorbij gaan, kan het antwoord al gegeven worden. Wanneer er politieke verandering op stapel stond en de unionisten die verandering ervoeren als bedreigend voor de unie van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, dan leek de Oranje Orde zich minder verzoenlijk op te stellen ten opzichte van de katholieke bewoners. Dan eiste de Orde om zonder voorwaarden dwars door de straten van katholieke wijken te mogen marcheren met hun fanfares en vlaggen. De katholieken van hun kant schenen daar in bepaalde jaren zwaarder aan te tillen dan in andere, ook afhankelijk van de politieke situatie. Soms wilden zij in geen geval dat de Oranjemarsen voorbij hun huizen kwamen. Beide harde standpunten kunnen uiteraard alleen maar tot rellen leiden.

 

Politieke processen die naar unionistisch gevoel de unie met Groot-Brittannië bedreigen handelen steeds over pogingen om het Noord-Ierse conflict naar een oplossing te leiden. Een heel belangrijk moment was de ondertekening van het Anglo-Irish Agreement in november 1985 door de Ierse en Britse regeringen. Daarin kreeg Ierland zijn plaats in Noord-Ierland, en erkende het Verenigd Koninkrijk dat ze niet om de republiek heen kon wat betreft Noord-Ierland. Vandaar dat deze verhandeling begint in 1985.

Het verloop van de verhandeling is wel chronologisch, maar verschillende jaren staan gegroepeerd, precies omdat de Oranjemarsen in die jaren mee bepaald werden door dezelfde politieke ontwikkelingen. Uiteraard wordt ook daarbij stilgestaan. De jaren zelf werden in geval dat er veel informatie te vinden viel over de Oranjemarsen, verder onderverdeeld in marsen voor de Twelfth (12 juli, de hoofddag van de Oranje Orde), tijdens de Twelfth en na de Twelfth, en dat om de duidelijkheid te verbeteren.

 

Het eerste deel springt er wat uit. Hierin wordt stilgestaan bij de Oranje Orde zelf, en bij de voornaamste Noord-Ierse politieke partijen, hun positie in de Noord-Ierse politiek en hun positie ten opzichte van de Oranjemarsen. Door het semi-geheime karakter van de Orde verscheen er vrij weinig over in de literatuur. De web-site van de Orde kon aanvulling brengen wat betreft haar structuur.

 

Het tweede deel behandelt de Oranjemarsen van de jaren 1985 en 1986. Het Anglo-Irish Agreement stond hier centraal en werd uiteraard ook besproken. Tijdens het marsseizoen van 1985 was dit akkoord nog niet getekend, maar geruchten erover bepaalden al mee het verloop ervan. Ook 1986 kende een lastig marsseizoen, door de protesten tegen het Anglo-Irish Agreement.

 

Deel drie bespreekt de Oranjemarsen van 1987 tot 1989. Ook hier nog was het bindmiddel het Anglo-Irish Agreement, maar de protesten tegen het akkoord verwaterden snel en hadden nog maar amper invloed op het goede verloop van de marsen.

 

Het vierde deel heeft het over de jaren 1990 tot 1993. Tijdens deze periode stonden de Brooke-Mayhew Talks centraal. Echt van de grond geraakten die besprekingen niet, en bijgevolg waren de Oranjemarsen tijdens die vier jaar rustig.

 

Het vijfde deel tenslotte behandelt 1994 tot 1996. De Oranjemarsen van die periode waren een reactie op de gevolgen van de Downing Street Declaration van eind 1993. Wat die verklaring op gang bracht, werd pas duidelijk na het marsseizoen van 1994, dat rustig verliep. De seizoenen 1995 en 1996 brachten echter Noord-Ierland op de rand van de burgeroorlog.

 

Doorheen deze inleiding werden er enkele begrippen al door elkaar gebruikt. Aangezien bijna alle protestanten de unie met Groot-Brittannië voorstaan, worden unionisme en protestantisme vaak gelijkgesteld en door elkaar behandeld. De meeste katholieken van hun kant zouden liever een eenmaking van het eiland zien en worden nationalisten genoemd.

Twee andere begrippen zullen ook vaak de kop opsteken, namelijk loyalisme en republicanisme, al worden die dan niet gelijk geschakeld aan respectievelijk protestantisme en katholicisme. Volgens Tim Pat Coogan zijn loyalisten extreme unionisten uit de arbeidersklasse. Ook met republikeinen wordt op meer extreme nationalisten gedoeld.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende