Staatsvorming en etniciteit

IsraŽl tussen 1948 en 1967.

 

Brecht Soen

 

Scriptie voorgelegd voor het behalen van de graad van
Licentiaat in de Politieke wetenschappen.
 

Academiejaar: 2004-2005

Universiteit Gent

Promotor: Dr. Christopher Parker

 

home lijst scripties inhoud volgende  

 

VOORWOORD

 

HOOFDSTUK 1: INLEIDING

    1. PROBLEEMSTELLING

    2. THEORETISCHE BEPALINGEN

        2.1. Staatsvorming

        2.2. Etniciteit en etnische groepen

    3. ALGEMEEN INTERPRETATIEKADER

        3.1. De drie etnische groepen

        3.2. IsraŽl: de joodse natiestaat

            3.2.1. De joodse natie als constructie

            3.2.2. Een nationaliteit voor de Palestijnse burgers?

        3.3. IsraŽl als burgerlijke staat

            3.3.1. Het liberale discours inzake de Palestijnen

            3.3.2. Het nationale discours inzake de joden

            3.3.3. Het republikeinse discours inzake de Ashkenazim

    4. ONDERZOEKSVRAAG

    5. STRUCTUUR

 

HOOFDSTUK 2: VAN HET ANTI-SEMITISME TOT DE GEBOORTE VAN DE JOODSE STAAT

    1. DE JODEN IN DE EUROPESE GESCHIEDENIS

    2. DE JOODSE AANWEZIGHEID IN PALESTINA VOOR 1896

    3. HET POLITIEK ZIONISME ALS NIEUWE KRACHT

        3.1. Theodor Herzl als founding father

        3.2. Begripsomschrijving

        3.3. De eerste zionistische instituties

    4. DE BALFOUR DECLARATION

    5. DE YISHUV-INSTANTIES ONDER HET BRITSE MANDAAT ALS EEN STAAT-IN-DE-STEIGERS

    6. HET CONFLICT MET DE PALESTIJNEN

        6.1. De Arabische Revolte

        6.2. Het VN-Verdelingsplan

        6.3. De burgeroorlog: december 1947 tot 14 mei 1948

        6.4. IsraŽl versus de Arabische staten: 15 mei 1948 tot begin 1949

    7. EPILOOG

 

HOOFDSTUK 3: HET IMMIGRATIEREGIME

    1. INLEIDING

    2. DE JOODSE IMMIGRATIE: ALGEMEEN KADER

        2.1. Enkele cijfers

        2.2. De ideologische dimensie

        2.3. De visie van de Yishuv veteranen

            2.3.1. Het strategisch belang van immigratie

            2.3.2. To regulate or not to regulate?

            2.3.3. Een kwalitatieve versus een kwantitatieve bijdrage

        2.4. De rol van het Joods Agentschap

    3. DE WET OP DE TERUGKEER

        3.1. Een theoretische reflectie

        3.2. De inhoud

        3.3. De implicaties

    4. EEN TERUGKEER VAN DE PALESTIJNSE VLUCHTELINGEN?

        4.1. Het Palestijnse vluchtelingenprobleem

            4.1.1. De historische wortels

            4.1.2. Het doorschuiven van de morele verantwoordelijkheid

        4.2. De contouren van het IsraŽlisch beleid

        4.3. De relevantie voor het algemeen zionistisch project

    5. EPILOOG

 

HOOFDSTUK 4: DE TERRITORIALE INSTITUTIES

    1. INLEIDING

        1.1. De band tussen politiek en geografie

        1.2. Territoriale instituties

        1.3. De concrete problematiek

    2. DE KERN VAN HET ISRAňLISCH TERRITORIAAL STELSEL

        2.1. Het Ďetniciserení van het grondgebied

            2.1.1. Controle via de Ďsettlement of titleí

            2.1.2. Controle via de effectieve aanwezigheid

            2.1.3. De mentaal-ideologische controle

        2.2. De betrokken actoren

        2.3. Een round-up

    3. HET JURIDISCH INSTRUMENTARIUM

        3.1. De overdracht van Palestijnse gronden

            3.1.1. De wet op de eigendom van afwezigen

            3.1.2. De noodwetten

        3.2. De Ďpubliekeí gronden

            3.2.1. De blijvende relevantie van Joods Nationaal Fonds

            3.2.2. Het beheer van de publieke gronden

            3.2.3. Een interpretatie

    4. ĎDEMOGRAPHIC ENGINEERINGí

        4.1. Algemeen

            4.1.1. Theoretisch kader

            4.1.2. Galilea als case study

            4.1.3. Doelstelling en structuur

        4.2. De Green Line

            4.2.1. De de-Arabificatie van het grensgebied

            4.2.2. De judaÔsering van het grensgebied

        4.3. Het eigenlijke gebied Galilea

            4.3.1. De behandeling van de Palestijnen

            4.3.2. De joodse intrede

        4.4. Op zoek naar intra-joodse patronen

            4.4.1. De Mizrahim als state-agents

            4.4.2. Gevolgen voor de intra-joodse dominantie

    5. EPILOOG

 

HOOFDSTUK 5: DE MILITAIRE INSTITUTIES

    1. INLEIDING

    2. DE JOODS-ISRAňLISCHE VEILIGHEIDSCODE

        2.1. Een natie gebukt onder continue existentiŽle bedreigingen

        2.2. De Ďnationale veiligheidí in IsraŽl: een verstrekkend concept

        2.3. IsraŽl als een Ďnation-in-armsí

            2.3.1. Een civilisering van de militaire sectorÖ

            2.3.2. Ö en een militarisering van de civiele sector

    3. DE ISRAELI DEFENCE FORCE

        3.1. De kristallisering van het IDF

        3.2. De rol van het IDF in het immigrantenbeleid

            3.2.1. Opvang en territoriale plaatsing

            3.2.2. Assimilatie in de nationale cultuur

        3.3. De IDFís interne keuken: het etnisch stratificatiepatroon

    4. DE MILITAIRE INSTITUTIES INZAKE DE PALESTIJNEN

        4.1. Het militair bestuur

            4.1.1. De legale basis en de concrete uitwerking

            4.1.2. De diepere relevantie

        4.2. Verdeel-en-heers: de druzen

    5. EPILOOG

 

CONCLUSIE

 

KAARTENBUNDEL

 

BIBLIOGRAFIE

 

home lijst scripties inhoud volgende