Met de drietand in de rug ! Het Algemeen Boerensyndicaat en de doorbraak van het direct agrarisch syndicalisme in Vlaanderen (1962-1969). (Bart Coppein)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

WOORD VOORAF

 

          De keuze van het onderwerp kan voor een buitenstaander misschien wat vreemd lijken, maar moet beschouwd worden in het licht van mijn persoonlijke situatie. Ik ben zelf afkomstig uit een familie die voor het grootste deel bestaat uit landbouwers; ook mijn ouders baten een gemengd familiaal landbouwbedrijf uit in de Westhoek. In tegenstelling tot vele anderen die enigszins vervreemd zijn van de landbouw, ben ik er in opgegroeid en heb ik zijn problemen en successen ‘doorleefd’. De interesse voor de landbouw is er altijd geweest. Het was enigszins logisch dat dit zich zou vertalen in de keuze van een landbouwgericht onderwerp voor de verhandeling. De keuze voor de studie van het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) en het agrarisch syndicalisme kan misschien minder logisch lijken, maar is eveneens verklaarbaar. De scheidingslijn tussen de landbouworganisaties loopt ook door mijn familie: sommigen zijn lid van de Belgische Boerenbond (BB)[1], anderen van het ABS, waaronder mijn ouders. Even belangrijk is het feit dat de vijfde voorzitter van het ABS, Valčre Quaghebeur, jarenlang in mijn dorp een landbouwbedrijf heeft uitgebaat en voornamelijk na zijn pensionering burgemeester was van de fusiegemeente Alveringem. Van huis uit ben ik dus regelmatig in contact gekomen met het ABS Bovendien ben ik altijd geďntrigeerd geweest door de oorsprong van deze organisatie en door zijn symbool, de drietand. Mijn gezonde portie nieuwsgierigheid heeft een uitweg gevonden in de voorliggende verhandeling.

         Ik heb echter moeten vaststellen dat het huidige bestuur van het ABS niet echt geďnteresseerd was in de eigen geschiedenis en zeker niet in de ontstaansfase en de beginperiode. De oudere garde heeft daarentegen wel zijn medewerking verleend, al bleef ook daar het wantrouwen groot. Het is mij duidelijk geworden dat de beginperiode van het ABS niet over rozen is gelopen en ook nu nog bij bepaalde betrokkenen van toen zeer gevoelig ligt, wat zich ondermeer geuit heeft in een verbod tot inzage van de archieven van het ABS. Dat is ook de reden waarom het oorspronkelijke opzet verruimd is geworden tot een studie van het agrarisch syndicalisme in de jaren zestig.

         Het past enkele mensen te bedanken die in aanzienlijke mate hebben bijgedragen in de totstandkoming van deze verhandeling. Mijn dank gaat op de eerste plaats uit naar de ooggetuigen van toen die mij, bij wijze van interview en/of correspondentie, bruikbare inlichtingen hebben verstrekt: Jan Hinnekens, Jos Nooyens, Albert Persoon, Willy Persyn en Valčre Quaghebeur, die mij tevens de jaargangen van ABS-(West)-Vlaanderen ter beschikking stelde. In het bijzonder dank ik Albert Persoon voor het feit dat hij mij ondanks zware fysieke beperkingen te woord wilde staan en omdat hij mij voor de duur van het onderzoek de ingebonden jaargangen van De Drietand heeft uitgeleend.

         Ook dank ik het personeel van het Katholiek Documentatie- en Onderzoekscentrum (KADOC), het Informatie- en documentatiecentrum van de Belgische Boerenbond (INFODOC) en van de Centrale Bibliotheek van deze universiteit. Zij hebben mij steeds bediend op mijn wenken en de nodige archiefstukken, kranten en wetenschappelijke publicaties aangebracht.

         Vooral gaat mijn dank uit naar mijn promotor Prof. Dr. Leen Van Molle voor haar inbreng in deze verhandeling. In menig onderhoud heeft zij mij raad gegeven bij de behandeling van het onderwerp, de structuur en het schrijven van de verhandeling. Zij heeft mij aangemoedigd en geholpen bij de heroriëntering van de vraagstelling. Ik dank ook mijn kotgenoten, medestudenten, vrienden, broers en zus voor hun morele steun.

          Tenslotte dank ik mijn ouders. Zij hebben mij de kans gegeven om verder te studeren, een kans die zij en vele van hun generatiegenoten nooit gekregen hebben. Het is in dat licht veelbetekenend dat ik de eerste vertegenwoordiger van mijn familie ben die zal afstuderen aan de universiteit. Deze verhandeling draag ik dan ook op aan hen.

 

Bart Coppein, Stavele.

Voorjaar 2002.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende