Analyse en situering van het verzet in de stad Kortrijk: 1940-1944. (Petra Demeyere)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

HOOFDSTUK V: HET VERZET

 

Deel I: Het verzet in Kortrijk: de verschillende groeperingen

 

4. Een totaal onafhankelijk sluikblad: “Le Phare”

 

4.1. De groep rond Vanneste

 

            In maart 1943 duikt een totaal nieuw sluikblad op, namelijk ”Le Phare”. De stichter hiervan was de Kortrijkzaan Henri Vanneste, zoon van de wijkagent Edward Vanneste. We gaan hier dieper in op de organisatie van het verzet door een Kortrijks verzetsstrijder, die vooral in samenwerking met weerstanders van buiten Kortrijk acties ondernam. Henri Vanneste trad al vroeg tot het verzet toe. Hij hielp het sluikblad “Libération” aan papier en schreef daarenboven enkele artikels, onder andere ook voor “La Libre Belgique”.[445] Maar beide artikels werden afgewezen. Hierdoor richtte hij eigen blad op. Als bediende bij het Provinciaal Commissariaat voor Wederopbouw (PCW) beschikte hij over papier, stencils, een schrijfmachine en over de duplicator van de Technische School in de St.-Janslaan.

 

Het eerste nummer verscheen in maart 1943 en het laatste op 1 april 1944. “Le Phare” verscheen op 500 exemplaren. In het totaal zijn er 14 uitgaven geweest. [446]  Het opslaan en bewaren van het sluikblad, in afwachting van hun verspreiding werd van in het begin toevertrouwd aan mevrouw Demeulemeester wonende in Moeskroen. Zij was winkelierster.  Haar zoon, Gaston, en de politie-inspecteur Robert Debels, beiden afkomstig uit Moeskroen, zorgden voor de verdere verdeling en de verkoop van dit blad. Vanaf juni 1943 kwam er een tweede depot bij de onderwijzer Victor Lauwers in Dottenijs, terwijl ook via mevrouw Vermeulen in Doornik een aantal exemplaren werden verspreid. [447]

 

            Na juni 1943 werd Vanneste geholpen door zijn collega Noël Bourgois die, op het secretariaat van het PCW, papier en stencilinkt ontvreemdde. Vanaf september 1943 werkte ook Marie-Thèrese Vandeputte hieraan mee. Ze typte de teksten over. Vanneste ondertekende zijn artikels met de schuilnaam “Police Secrète”, “P.S. Andrew” of “Rédaction”. Na november 1943 zorgde Werner Goderis, secretaris van het PCW, voor kopieën en tekende met “Clausewits”. De verzetslui die bij het opstellen van dit blad betrokken waren, namen een uiterste voorzichtigheid in acht. Er waren weinig personen bij de organisatie betrokken en de- in het keurig Frans- opgestelde teksten moesten de indruk wekken dat het blad afkomstig was uit Wallonië. [448]

 

In juni 1943 bood de GFP zich in het PCW aan om de schrijfmachines te controleren. Ze legden aan Jos Demeyere , directeur van het bureau, uit dat zij in het bezit waren van een vlugschrift en  op zoek waren naar de dader en verantwoordelijke hiervan. Om de dader te vinden ging het hen vooral om een schrijfmachine waarvan de hoofdletter “P” niet op dezelfde hoogte werd geklopt als de andere letters. Begin 1944 kon de GFP tijdens een huiszoeking in de woning van mevrouw Demeulemeester beslag leggen op tientallen exemplaren van “Le Phare”. In april 1944 werd Vanneste gewaarschuwd dat zijn naam bij de Duitse politie gekend was. Vanneste verdween daarop in de illegaliteit en met hem verdween dit sluikblad.

 

4.2. Wie was Henri Vanneste?

 

            We zullen alleen  Henri Vanneste nader onder de loep nemen. Hij was immers de enige persoon die geboren en getogen was in Kortrijk. Hij bleef tijdens de oorlog in Kortrijk wonen, maar behoorde wel tot het verzet van Moeskroen. Hij was geboren op 26 maart 1914 in Kortrijk. Gedurende de mobilisatie 1939-1940 had hij de dienst volbracht van 20 oktober 1939 tot 9 mei 1940. Hij nam deel aan de Achttiendaagse Veldtocht. Hij werd door de Duitsers gevangen genomen van 29 mei 1940 tot 13 juni 1940. [449] Vanaf februari 1941 werd hij belast met het toezicht op de werken, die gefinancierd waren door het Commissariaat Generaal, voor de wederopbouw van het land. Na het doodbloeden van het blad “Le Phare”, sloot hij zich in juni 1942 aan tot het A.S. Van 1 februari 1943 tot 30 april 1944 maakte hij deel uit van de sluikpers. Hij bleef in dit verzet tot 14 oktober 1944. Hij zal op 7 maart 1949 ook het statuut van gewapend weerstander verkrijgen.[450]

 

 

5. Het Geheim Leger

 

5.1. Algemeen

 

            Aan het ontstaan van het Geheim Leger ging een lange evolutie vooraf. In dit hoofdstuk zal de algemene voorgeschiedenis van deze verzetsorganisatie besproken worden en in welke optiek  deze is ontstaan. De nederlaag van België werd door de militairen als traumatiserend aangevoeld. Men kon moeilijk aanvaarden dat de oorlog op 28 mei 1940 gedaan was en men wilde de strijd verderzetten aan de zijde van de Geallieerden. Met dit idee in het achterhoofd kwamen al een aantal groeperingen tot stand in de zomer en herfst van 1940. Deze bewegingen vertoonden gelijkenissen, namelijk een verering voor de koning en een afkeer voor politici. Dit laatste was ontstaan omdat veel van de leden een politieke vernieuwing van België wilden, namelijk de uitbouw van een sterke staat onder de rechtstreekse leiding van de koning. Dit moest direct na de bevrijding van België gebeuren. [451]  Welke waren de ontstane groepen?

 

We zien dat al kort na de capitulatie van België, Robert Lentz begon met de hergroepering en de reorganisatie van de 17de infanteriedivisie. Hij zocht in de tweede helft van juni 1940 terug contact met de verschillende regimenten. In oktober van datzelfde jaar was hij in zijn opzet geslaagd: verschillende groepen waren sterk georganiseerd en beschikten over een hoofdkwartier.[452] Bijna gelijktijdig met het ontstaan van dit gereconstrueerd Belgisch Leger, onder de leiding van reserve-kolonel Robert Lentz, werd in augustus 1940 -onder impuls van kapitein-commandant Charles Claser- het Belgisch Legioen opgericht. Beiden hadden bij de uitbouw van hun organisatie een ander doel voor ogen. Lentz wou de hergroepering op regimentsbasis doorvoeren,  terwijl Claser vanaf augustus 1940 geduldig de uitbouw van zijn Legioen over het hele land wilde bereiken. In juli van datzelfde jaar was de fusie tussen het Belgisch Leger en het Belgisch Legioen een feit, onder de benaming Belgisch Legioen. Dit is de voorloper van het Geheim Leger en vele al bestaande verzetsgroeperingen sloten zich hierbij aan.[453]

 

            Het militaire karakter van deze organisatie primeerde boven de handhaving van de orde. De eerste gedachte namelijk “het handelen voor het geval de bezetter vertrekt”, maakte dus plaats voor een ander idee: “het vertrek van de bezetter zo vlug mogelijk bespoedigen en de strijd tegen de Duitsers aanvatten”. Toch blijkt uit een interview met Joseph Lagae: “Ons doel bestond erin vooral de orde na de bevrijding te handhaven”. [454] Hieruit blijkt dat de gedachte aan de ordehandhaving voor sommige leiders van de beweging toch een grote bekommernis was.

 

Het militaire karakter van het Belgisch Legioen uitte zich wel in de sterke hiërarchische organisatie. Samengevat ontstond de volgende piramide: legioen, drie zones (namelijk een Vlaamse Zone waaronder  West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg vielen en die Zone I heette, een Brusselse Zone en een Waalse), acht provincies (waarvan vier in de Vlaamse en vier in de Waalse Zone), 5 regio’s (Brussel, Antwerpen, Gent, Luik en Charleroi), groepering (een aantal sectiegroepen afhangende van de groeperingscommandanten of in bepaalde gevallen rechtstreeks onder het bevel van de provinciale of regionale bevelhebbers geplaatst), sectie, ondersecties, korporaalschap en legioenman. Het bevel over de Zone I werd toevertrouwd aan kapitein Franckx die, met de steun van een dynamische ploeg, het Belgisch Legioen een stevige basis gaf. In augustus 1941 kwam er een staf voor West-Vlaanderen. [455]

 

            Omdat er aan een landing van de geallieerde troepen op onze kust in het voorjaar van 1943 werd gedacht, kreeg commandant Claser in augustus 1942 vanuit Londen de opdracht een Geheim Vrijkorps te stichten. Dit stond volledig los van het Belgisch Legioen en richtte zich vooral op militaire acties. Organisatorisch bestond het Vrijkorps uit een coördinatiestaf en twee groeperingen. De eerste groepering (Actie) moest offensieve acties uitvoeren tegen de Duitsers ten westen van de lijn Schelde- kanaal Gent-Terneuzen. De tweede organisatie (Neutralisatie) was actief in de rest van België. Ze moest ervoor zorgen dat, door de vernieling van bruggen en de bezetting van strategische punten, de Duitsers ieder contact met het landings-en actiegebied zouden verliezen. De landing zal echter niet doorgaan en de manschappen van het Vrijkorps werden in het Belgisch Legioen opgenomen. [456]

 

            Nadat Claser werd verklikt, volgde zijn aanhouding op 8 november 1942. De beweging, die in het begin onafhankelijk opereerde, zal in het begin van november 1942 geleid worden door de Special Operations Executive (SOE) die contacten onderhield met de Belgische regering. [457] Kolonel Bastin nam daarop definitief de leiding over van het Belgisch Legioen en veranderde dit, begin 1943, in het Leger van België of onder de beter gekende naam van Armée de Belgique (AB). Ondertussen had in 1942 de Belgische regering in Londen de beweging, nu onder de naam AB, officieel erkend, op aandringen van Bastin. [458]

 

Bastin voerde nog een aantal hervormingen door. Ten eerste vroeg hij aan Londen dat de acties van de geheime troepen alleen zouden worden bevolen bij beslissende operaties. Dit deed hij zowel om zijn eigen manschappen te sparen alsook om represaillemaatregelen van de bezetter tegenover de bevolking te vermijden. Toen Bastin vroeg om de koning in te lichten over de geplande acties, liep hij hierdoor de kans in diskrediet te vallen bij de regering in Londen. Die bleef het antwoord schuldig. Hieruit blijkt nogmaals de koningsgezindheid van de organisatie. Daarnaast vroeg Bastin herhaaldelijk dat de acties moesten gevoerd worden onder het voorwendsel van “ordehandhaving” en hij wilde ook 5 miljoen financiële hulp als steun voor de werkweigeraars en voor de leden van de groepering die in de clandestiniteit moesten leven. Als laatste wilde hij een militaire herstructurering en de groepen in één federatie samenbrengen. Een nieuwe verdeling van het land in zones werd tot stand gebracht.[459]

 

Eind 1943 werd kolonel Bastin aangehouden in Luik en kolonel Gerard nam zijn leiding over. In maart 1944 werd generaal Pire bevelhebber. Op 1 juni 1944 kregen de troepen van het Leger van België, op bevel van de Belgische regering in Londen, de naam Geheim Leger (GL). Eindelijk kon nu tot de actie overgegaan worden. Bovendien was de definitieve territoriale organisatie van België al een feit onder het AB. Het land werd ingedeeld in vijf zones en bestonden uit volgende gebieden:

 

Zone I: Henegouwen met het gebied tussen Samber en Maas

Zone II: de provincies Antwerpen en Limburg

Zone III: de provincies Oost-en West-Vlaanderen

Zone IV: Brabant plus een deel van de provincie Luik op de linkeroever van de Maas en een deel van de provincie Namen ten noorden van de lijn Samber-Maas

Zone V: zij bleef onveranderd en omvatte Luxemburg en de delen van de provincies Luik en Namen, begrensd door de rechteroever van de Maas [460]

 

            Uit een verslag van de bevelhebber van het AB aan Londen blijkt dat er gehamerd werd op de onontbeerlijke samenhorigheid en eenheid bij deze acties. Tot het AB waren vrijwilligers toegetreden afkomstig uit het vroegere Belgisch Legioen, het Bevrijdingsleger en de Nationaal Koninklijke Beweging. Toch ondervonden ze moeilijkheden bij de ledenwerving door de rekruteringsacties van het OF dat “uitgebreid gesubsidieerd” werd. [461] Léon Tieleman, de latere commandant van de “Compagnie Courtrai-Nord” van het Geheim Leger beaamde dit: “In feite bestonden er in Kortrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog een aantal weerstandsgroeperingen, die, helaas, op de duur elkaar gingen ondermijnen. Het Onafhankelijkheidsfront poogde leden af te snoepen van het Geheim Leger en wou zo na de bevrijding een vooraanstaande politieke rol spelen in de streek. [462]

 

5.2. Het Geheim Leger: Zone III: De sector Kortrijk.

 

            Aangezien Kortrijk onder de Zone III ressorteerde, is het niet onbelangrijk om deze wat nader onder de loep te nemen. De Zone III van het Leger van België, het latere Geheim Leger, bestond vanaf 1943 uit de provincies Oost-en West-Vlaanderen. Hoe was de oprichting en de geleidelijke uitbouw van de verzetsorganisatie in deze zone verlopen? Op 15 december 1940 bestudeerden Claser, Franckx en Van Puymbroeck de organisatie van een kleine staf die het Belgisch Legioen in Oost-en West-Vlaanderen zou vestigen. Ze maakten lijsten op van bekende personen die hiervoor aangesproken konden worden en ze zouden die opzoeken in Gent, Oostende, Oudenaarde, Brugge en Kortrijk. Maar ondertussen waren hier en daar al kernen van een clandestiene organisatie te bespeuren. [463] Ook in Kortrijk bestonden al dergelijke organisaties, namelijk de “V-Liga”, de “Morele Oudstrijdersbond rondom koning Leopold III” en “het Belgisch Legioen”. [464]

 

            Op voorstel van Van Puymbroeck aanvaarde Franckx in het begin van 1942 de leiding over deze zone. De staf van Zone III werd ontmanteld toen de Gestapo op 15 maart 1943 onder andere Franckx en Van Puymbroeck arresteerde. De leiding over Zone III was nu in handen van majoor August Haus. Ondertussen had het vroegere Belgisch Legioen, nu onder de naam het Leger van België (AB), al vaste voet gekregen. In West-Vlaanderen waren al talrijke kernen aanwezig, verspreid in de streek van Brugge-Oostende, Moeskroen, Menen, Ieper en Kortrijk. [465]

 

Eind 1943 kreeg het Belgisch verzet op voorstel van de Belgische diensten in Londen een nieuwe structuur. De Zone III bleef geografisch dezelfde van het AB, maar het echelon provincie werd afgeschaft. De Zone werd wel nog eens verdeeld in tien sectoren, namelijk Gent, Eeklo, St-Niklaas, Aalst, Oudenaarde-Ronse, Brugge, Waregem, Ieper, Veurne en Kortrijk. Deze sectoren werden nog een onderverdeeld in 14 schuiloorden. De sector Kortrijk beschikte over twee schuiloorden. [466]

 

5.3. De Kortrijkse casus

 

            Na de capitulatie van België werden overal verschillende groeperingen gevormd die werden samengebracht onder één leiding. Zo ontstonden in het Kortrijkse verschillende groepen, die onafhankelijk van elkaar werden opgericht. Deze zullen later ressorteren onder het Geheim Leger. Door het feit dat we over verschillende groeperingen beschikken, betekent dit ook dat er “meerdere stichters” aan de basis van deze verzetsorganisatie lagen. We gaan in het komende hoofdstuk dieper in op de verschillende groepen die in Kortrijk ontstonden.

 

5.3.1. De groep rond Naessens: De Witte Brigade (WB): het latere “V-Leger” of “V-Liga”

 

De precieze stichtingsdatum in Kortrijk van deze groepering is ons onbekend. Wel weten we dat de oprichting eind 1940 moet plaatsgevonden hebben, daar alle leden omstreeks deze datum werden ingeschreven. Wie de drijvende kracht achter deze stichting was, hebben we eveneens niet kunnen achterhalen. We vermoeden dat het hier om de samenwerking ging tussen  verschillende leden en op die manier resulteerde in de oprichting van deze verzetsorganisatie. Wat waren de oogmerken van deze organisatie? Uit een verklaring van Léon Tieleman, medestichter van deze organisatie blijkt: “onze groep was een organisatie van democraten, die gestreden hebben voor een democratische, vrije en parlementaire regering in VRIJ BELGIE. Wij waren dus niet fascistisch gericht en nog evenmin communistisch. Onze beweging geplaatst onder een gepensioneerde Rijkswachter Opperwachtmeester, noemde in het begin de “Witte Brigade”. Na onze officiële erkenning maakten wij deel uit van de “V Liga”. Aangezien er maar een enkel land in West-Europa was, welke de moed heeft gehad om de strijdbijl op te nemen tegen het nazisme werden wij onvermijdelijk ANGLOFIELEN . De leden van deze Witte Brigade zullen zich later aansluiten bij het Geheim Leger.[467]

 

Wie waren de leden en wat was hun functie binnen deze groep? Gustave Naessens, een gepensioneerd rijkswachter, nam de leiding waar. In zijn dossier wordt hij omschreven als “de actieve stichter van de weerstand”, maar dit wordt door mij in vraag gesteld. Het is niet omdat hij binnen de groep een leidersfunctie had, dat hij ook onmiddellijk als dé stichter moet aanzien worden.[468] Dat zijn functie de grenzen van de stad Kortrijk overschreed, blijkt uit het volgende. Hij werd vanaf 1941 algemeen bevelhebber van het “V Leger” van het gewest Zuid-West-Vlaanderen.

 

Toen het Kortrijkse “V-Leger” tot het Belgisch Legioen toetrad, werd hij commandant over de Kortrijkse groep.[469] Tot deze groep behoorde ook de rijkswachter Florent Willems. [470]

 

De groepering had voor een groot deel zijn wortels in het Atheneum van Kortrijk. Maurice Deheegere werd aangesteld als adjunct-bevelhebber. Andere studenten die betrokken waren bij de oprichting waren Omer Ballieu, Lodewijk Zeebrouck, Achilles Desmet, Adolf Vandamme, André Boucneau, en Maurice Vangilbergen.[471] Deze laatste stond in voor de ledenwerving binnen het Atheneum. Op die manier spoorde hij zijn medestudent André Fieux aan tot toetreding bij deze verzetsorganisatie wat gebeurde op 1 juni 1941. André wierf op zijn beurt Lucien Delbaere, Romain Bonte en Henri Pannecoucke aan. Dit waren leden van de Pottelbergse Groep (ut infra).[472] Ook de student Léon Tieleman was bij de stichting van deze organisatie betrokken. [473]

 

De activiteiten van deze groep bestonden vooral uit de militaire organisatie van de groep, in afwachting van de bevrijding, en het verstrekken van militaire inlichtingen, waarbij Naessens en Maurice Vangilbergen, staflid en adjunct bij de spionagedienst een belangrijke rol vervulden.[474] Sommige leden waren ook betrokken bij de sluikpers. Henri Breulheid zorgde voor de verspreiding van het sluikblad “Le Pattriotte” en leverde het drukkersmateriaal. Daarnaast waren alle studenten van het Atheneum, betrokken bij het opstellen en verspreiden van het sluikblad “Libération”. Hierbij verleende ook Jacques Vanhazebrouck, lid van het OF zijn medewerking. [475]

 

            De contacten met de communistische verzetsstrijders waren volgens Tieleman erg gering. Hij beweerde dat alleen Maurice Vangilbergen in contact gekomen was met de communisten, via zijn gewezen schoolvriend Maurice Naert. Hij verspreidde de sluikpers van het OF-KP onder de medestudenten. Maar ook Jozef Duthoo, lid van de groep rond Naessens sinds 1941, en Alfred Legon, die na de ontmanteling van de OF-KP sluikpers in 1942 voor de verdere verspreiding hiervan zorgde, waren hierbij betrokken.[476] Wat we hieruit kunnen concluderen is het volgende. Ten eerste toont dit aan dat het moeilijk is om de grenzen te trekken tussen de verschillende verzetsorganisaties. Veel personen waren bij meerdere bewegingen betrokken. Ten tweede kunnen we stellen dat men ook hier weer iedere samenwerking met de communisten verheelt. In een brief van Léon Tieleman blijkt: “Ik ben ervan overtuigd dat Maurice (Vangilbergen) er geen communistische sympathieën op nahield. In onze groepen was er geen sprake van uiterst links en rechts. Onze leden waren geen communisten ”. [477] Hieruit mag men concluderen dat veel leden ook in het verzet anti-communistisch bleven en na de bevrijding en tijdens de Koude Oorlog aan de spits van de anti-communistische en Leopoldistische actie stonden. [478]

 

De groep rond Naessens was vooral ontstaan uit de Kortrijkse rijkswacht- en politiemiddens. We kunnen ervan uitgaan dat de Florent Willems, Gustave Naessens en Maurice Vangilbergen, zoon van een politieagent elkaar al van voor de oorlog kenden en op die manier de rekrutering in de verzetsorganisatie vergemakkelijkt werd. Daarnaast was het Koninklijk Atheneum een broeihaard van dit verzet. Daar deze studenten elkaar kenden, zal ook hier de werving van leden vlot verlopen zijn. In 1943 bestond de groep uit 34 rijkswachters, 20 politieagenten, 83 Kortrijkse en 54 Zwevegemse burgers (gewezen en niet-gewezen militairen) en 100 leden in de omgeving van Kortrijk. [479] Dit “Geheim Leger” stond in contact met de leden van Zwevegem, waar Gustave Naessens aan ledenwerving deed.[480]

 

            Naast de contacten die deze groep onderhield met het verzet in Zwevegem, zal ook toenadering gezocht worden tot de andere organisaties in het Kortrijkse, vooral met de groep van de “Pottelberg”. Hoe was deze groep ontstaan en wie waren de leden?

 

5.3.2. Een andere groep: De afdeling Pottelberg

 

Deze afdeling zou in 1941 ontstaan zijn en was gelieerd aan het Belgisch Legioen. Adriën Kindt zou hier de vermoedelijke stichter geweest zijn, samen met Albert Vandenberghe. Deze laatste zou later de hele groep verklikt hebben en zelfs in de rangen van de Waffen SS hebben gestreden aan het Oostfront. [481] De leden van de groep vergaderden in het café “De Pannenfabriek” op de Pottelberg. Wanneer deze herberg gesloten was, gingen de bijeenkomsten door  in het huis van Maria Braeckeveldt en haar man Felicien Delbaere. [482]

 

Begin’42 telde de groepering een dertigtal leden, waaronder 20 aangesloten bij deze sectie. Volgens Vanbossele waren volgende verzetslui lid: Daniël Braeckeveldt, Polydoor Vandenbroucke, Lucien Delbaere, Louis Declercq, Willy Wietendaele, Henry Pannecoucke, Gaston Vandecaveye, Henry Gaveele, Feliciën Delbaere, Jozef Parmentier, Michel Nuyttens, Rogier Vandenabeele, Maria Braeckeveldt, Jacques Kiekens, Adriën Kindt, Gustave Goeman en Albert Vandenberghe. Deze twee laatsten stonden in voor de ledenwerving. [483] Wel waren Romain Bonte en Arthur Desauw hier ook lid van. [484]

 

De activiteiten van de groep bestonden uit het verspreiden van vlugschriften, waarbij Henry Pannecoucke en Willy Wietendaele  betrokken waren. Daarnaast werd er ook gezorgd voor het opslaan van wapens en het vervoer ervan, waarvoor onder andere Arthur Desauw instond. Maar de meeste leden werden gemobiliseerd in afwachting van de bevrijding. Maar binnen de groep bleek het niet meer te vlotten. De gedragingen van Gustave Goeman en Albert Vandenberghe wekten achterdocht onder de leden. Ze waren immers  gezien in het gezelschap van DeVlag- leden en op een wervingsvergadering van de Algemeene SS-Vlaanderen. De meeste leden zullen zich dan ook distantiëren van deze groep en leden.

 

Ondertussen had André Fieux zich belast met de taak leden aan te werven voor de Witte Brigade. Alhoewel hem, uit veiligheidsoverwegingen, aangeraden werd om volgens het kettingsysteem te werken, zou hij toch een vergadering beleggen met een twintigtal leden van de “Pottelbergse Groep”. Hij was op dit ogenblik de juiste persoon op het juiste moment. Minstens vijf leden traden toe tot de Witte Brigade, namelijk Lucien Delbaere, Daniël Braeckeveldt, Romain Bonte, Henry Pannecoucke en Adriën Kindt. Op 4 april legden ze de eed van trouw af aan André Fieux. De anderen volgden zodat de sectie van het NL van de Pottelberg bijna helemaal werd opgedoekt. [485]

 

5.3.3. De golf van arrestaties binnen deze twee groeperingen

 

            In 1942 zal een golf van arrestaties deze twee bewegingen teisteren. Wat was hiervan de oorzaak? Ten eerste ging de bal aan het rollen in het Atheneum van Kortrijk. Een aantal leden van de Witte Brigade waren ook betrokken bij de sluikpers van het Kortrijkse KP-OF. Feldwebel Galle was deze organisatie en de betrokken leerlingen op het spoor gekomen. Gustaaf Naessens, leider van de WB, maakte zich hierom zorgen. Hij wist dat een aantal van zijn leden betrokken waren bij de communistische sluikpersgroep en vreesde dat één enkele aanhouding een sneeuwbaleffect zou veroorzaken en beide organisaties zou meesleuren in de ondergang.[486]

 

            De arrestaties in het Atheneum brachten met zich mee, dat niet alleen leden van de KP en het OF werden aangehouden, maar ook volgende leden van de WB werden gearresteerd en gevangengenomen. Maurice Deheegere werd voor drie jaar opgesloten.[487] Maurice Vangilbergen werd tot 1 jaar en 6 maanden gevangenisstraf veroordeeld, Omer Ballieu tot 1 jaar, Achilles Desmet tot 5 maand gevangenisstraf, Lodewijk Zeebrouck tot 3 maand. [488]

 

Ten tweede was de Gestapo de groep rond de Pottelberg op het spoor. Het overgrote deel van deze leden was door tussenkomst van André Fieux op de een of andere manier betrokken bij de WB. Op die manier was het niet moeilijk om het hele netwerk te ontrafelen. Een beproefde methode van de Kortrijkse GFP, waarbij Galle de meest gevreesde persoon was, bestond erin de verdachte een spoedige invrijheidstelling te beloven. Op die manier werd de groep rond Fieux-Naessens en de afdeling Pottelberg van het Nationaal Legioen bijna helemaal opgedoekt.[489]

 

De aanhoudingen begonnen op 27 juni 1942. Willy Wietendaele, Daniël Braeckeveldt en Polydoor Vandenbroucke werden thuis gearresteerd door de GFP. Albert Opsomer werd in Kluisbergen gearresteerd. Op 29 juni 1942 volgde de aanhouding van Henry Pannecoucke en Lucien Delbaere werd op het stadhuis van Kortrijk aangehouden op volgende gronden: “ hij was lid van de Witte Brigade en het Nationaal Legioen”. [490] Lucien Delbaere kon er zich op het verhoor met een smoesje vanaf maken en hij werd vrijgelaten.

 

Eind juni 1942 waren bijna alle leden opgepakt. Er volgden in het begin van juli nog aanhoudingen van André Fieux, Lucien Delbaere (terug aangehouden), Gaveele, Vandenabeele en Gustave Naessens. Op de koop toe ontdekte de GFP een met bloed ondertekende ledenlijst bij een huiszoeking. Maar de GFP kende al in grote lijnen de leden van de sectie Pottelberg, die was waarschijnlijk overgemaakt door Albert Vandenberghe. Erger voor de arrestanten was dat ze zich met de gevonden ledenlijst als het ware aan de galg getekend hadden. Fieux, die opgesloten zat in de gevangenis van Kortrijk, vond de mogelijkheid om een briefje naar buiten te smokkelen waarop geschreven stond “ Vandenberghe en Goeman hebben ons verklikt”. [491]

 

De zaak Fieux-Naessens verscheen op 8 september 1942 voor het Feldgericht Zweigstelle van Brugge. De aangehouden personen werden tot verschillende gevangenisstraffen veroordeeld. Adriën Kindt werd veroordeeld tot 18 maand, Willy Wietendaele tot 14 maand. Albert Opsomer werd voor vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld en werd naar de concentratiekampen van Sachsenhausen gedeporteerd, waar hij omgekomen is.

André Fieux werd naar eveneens naar een concentratiekamp gevoerd. Na zijn vrijlating overleed hij aan de uitputting en verwondingen. [492] Naessens door de GFP als leider van de Witte Brigade beschouwd, werd tot vier jaar veroordeeld en de overigen kregen straffen gaande van 8 tot 19 maanden. [493]

 

Ook Léon Tieleman werd  opgepakt van 2 mei 1942 tot 18 augustus 1942. Na zijn vrijlating dook hij een tijd onder in de streek van Vichte, Zwevegem en Kortrijk., waar hij de Kortrijkse weerstandskern van het Geheim Leger terug oprichtte.[494] Tieleman (alias “Lidy”) hierover: “ Ik ben als enig overgebleven staflid van de groep Naessens de man die de zaak opnieuw heeft opgericht en uitgebreid. Angstvallig waakte ik erover , dat er gedurende de resterende oorlogsjaren geen enkele persoon van mijn groepering werd aangehouden. Daar slaagde ik ook in en ik ben daar fier op. [495]

 

5.3.4. Een derde groep: “De Morele Oudstrijdersbond rondom Koning Leopold III”

 

Deze organisatie was gesticht in september 1940 door Adriën Noël, Vincent Destoop en Joseph Lagae. In september 1941 werden bovendien Robert en Roger Vandeleene, Louis Delmotte en Jean Lagae als lid gerekruteerd. Deze groep was gelieerd aan het Belgisch Legioen en sloot zich later aan bij het Geheim Leger. Maar in het begin werd wel besloten om uit veiligheidsoverwegingen de naam “Morele Oudstrijdersbond” te behouden.[496]

 

            Begin 1943 kregen de gebroeders Vandeleene en Louis Delmotte de opdracht hulp te bieden aan werkweigeraars onder de leden van dit embryonale Geheim Leger. Ze stonden in voor de zegelbedeling en zochten naar financiële steun. [497] Dat de taak van de leden van het “Geheim Leger” er ook in bestond om militaire inlichtingen over de vijand aan de Geallieerden te verstrekken, blijkt uit de betrokkenheid met de Service Bayard. De verantwoordelijke voor de inlichtingsdienst, namelijk een zekere mijnheer Jozef Verlinden bevond zich in Ronse. Hij wierf Louis Delmotte aan die actief was voor deze inlichtingsdienst vanaf augustus 1941. [498] Ook Léon Vanwalleghem, woonachtig in Ronse, werd door Verlinden voor Bayard aangeworven. 

 

Voor de Service Bayard waren Delmotte en Vanwalleghem een aanwinst: ze waren beiden verplicht tewerkgesteld in het Heeres Kraft Park, waar ze de kentekens en nummers van Duitse regimenten en gegevens over militaire transporten noteerden. Ook Verlinden was hierbij actief en hij was tewerkgesteld op het vliegveld van Wevelgem. [499] Ook Arthur Desauw verstrekte militaire inlichtingen aan deze dienst.[500]

 

Ook deze organisatie was geen lang leven beschoren en hun activiteiten werden nog voor de bevrijding stilgelegd. In de loop van maart 1944 werd, naar aanleiding van een reeks diefstallen in een schoenzaak in de Lange Steenstraat in Kortrijk, een gerechtelijk onderzoek ingesteld. De twee verkoopsters werkzaam in deze schoenwinkel brachten, om aan hun straf te ontkomen, verschillende verzetslieden aan. Ze waren op de hoogte van de activiteiten van Adriën Noël. Op 6 april 1944 werden de gebroeders Vandeleene en Jean Lagae ingerekend. De vrouw van Lagae probeerde Adriën Noël, die zich op dat ogenblik beroepshalve in Ukkel bevond, nog te waarschuwen, maar hij werd op 13 april aangehouden. Vincent Destoop en Joseph Lagae waren ondergedoken.

 

Op 20 april 1944 belde de GFP van Kortrijk aan, bij het huis van Louis Delmotte. Van Delmotte wilden ze weten of hij contacten onderhield met een zekere “Gaspar Ledoure uit de Pluimstrasse”. Ze bedoelden waarschijnlijk Gaspar Ledure, die zich binnen de organisatie bezig hield met jongeren die naar Engeland te helpen. Op 1 mei ondertekenden alle beklaagden van de groep “Morele Oudstrijdersbond” hun verklaringen en beschouwde de GFP het dossier als afgehandeld. In het verslag van de GFP werd deze vereniging “als onlangs in Kortrijk gesticht” beschouwd en was “deze vooral samengesteld uit werkweigeraars”. Deze groep verleende wel steun aan werkweigeraars, maar spitste zich ook toe op inlichtingen. [501]

 

Nog in april 1944 werd de afdeling Kortrijk van de inlichtingsdienst Service Bayard ontmanteld door de GFP. Waarschijnlijk is verklikking door een van de opgepakte leden niet uitgesloten. Bij de ondervragingen moet een van de leden door de knieën gegaan zijn. Op 20 april 1944 werd Louis Delmotte, wegens zijn activiteiten binnen de inlichtingsdienst, opgepakt.[502] Verlinden die niet wist waarom Louis Delmotte aangehouden was dook onder in Roeselare. Van Walleghem werd lid van het plaatselijk OF in Ronse. [503]

 

5.3.5. De uitbouw van de activiteiten na de arrestaties: de bevrijding is in zicht

 

5.3.5.1. De algemene toestand van Zone III

 

Ondertussen waren belangrijke afdelingen actief in de streek van Lauwe, Marke, Wevelgem en Aalbeke, waarbij ook de meer op sabotage en gezondheidszorg georiënteerde afdeling uit Menen zich aansloot. Als toenmalig leider van deze laatste groepering stond Antoine Cosijns (alias Toto”), bijgestaan door Armand Deweerdt (alias Mino). Onder hun impuls ontstonden regelmatig contacten met de voornoemde afdelingen en de drie groepen van Kortrijk. Zo kwam men ertoe alle sabotage-groepen onder één bevel te plaatsen. De sector Kortrijk werd geleid door Aristide Potillius (alias Harry). In 1943 was hij al de naaste medewerker van Cosijns. Toen de GFP en de Gestapo lucht hadden gekregen van deze activiteiten werden enkele vooraanstaanden gearresteerd. Slambrouck, Walgraeve, Dupont en Callewaert uit Menen werden aangehouden. Ook Tordeur en Labis uit Moeskroen en de Kortrijkzanen Adriën Noël, Jean Lagae en Vincent Destoop, ook betrokken bij de organisatie uit Moeskroen werden prompt gearresteerd. Daarnaast werden ook Fieuws en Cagnie uit Lauwe aangehouden. Voor sommigen onder hen betekende hun aanhouding hun doodvonnis. Anderen werden na een kortstondige opsluiting terug vrijgelaten. [504]

 

            De maand augustus 1943 zou een nieuwe wind blazen in het gewapend verzet. De bevelen kwamen nu rechtstreeks uit Londen en er ontstond een beter geordende en op militaire basis gesteunde organisatie van het verzet. De grote verdienste hiervan kwam toe aan Verbist (majoor Defize)die, in samenwerking met Toto en Mino, een degelijke staf oprichtte van waaruit het hele gewest Kortrijk gesuperviseerd werd. Om de acht dagen werden clandestiene bijeenkomsten georganiseerd op verschillende plaatsen. Er werd officieel een sectorhoofd aangesteld, commandant Depaepe. Hij richtte onder verschillende schuilnamen (“Daumerie” , “De Hoover” en “Mr. Gaston”) een ware militaire eenheid op. De zones en de sectoren kregen onderling contact met elkaar en de volgende compagnies werden militair ingericht: Macareux, Pseudo-Macareux, Souchet, Pseudo-Souchet, Noord-Frankrijk, Corbeau, 2e compagnie Mouscron en de compagnie Moorsele.

 

Een ontvangstcomité voor valschermspringers en voor de ophaling van het gedropte materiaal werd ingericht. Twee drop-terreinen  werden afgebakend en de coördinaten werden doorgeseind naar Londen. Het eerste bevond zich te Lauwe en werd door de militaire leiding Macareux genoemd. Het andere bevond zich ten westen van het bos van Bellegem en kreeg de code-naam Souchet. Op 2 juni 1944 kreeg de sector Kortrijk het bericht binnen dat de landing van de geallieerde strijdkrachten nakend was.[505] Londen riep ook op tot het plegen van sabotages. Volgende opdrachten moesten uitgevoerd worden: het vernietigen van de verbindingswegen, het buiten gebruik stellen van telefonische lijnen en het organiseren van “guerilladaden” die een onzekere atmosfeer moesten scheppen onder de bezettingstroepen. Men beschikte over een kleine hoeveelheid springstof en wapens, na de parachutage die enkele dagen voordien in Liedekerke was gebeurd. De parachutagepleinen in de onmiddellijke nabijheid van de stad Kortrijk bleken veel te onveilig te zijn door de aanwezigheid van het vliegveld van  Wevelgem en Bondue (Frankrijk) omdat deze twee in handen waren van de Duitsers. De sector Kortrijk bleef dus aangewezen op de hulp en de bevoorrading van andere sectoren. Dankzij de contacten met de groeperingen uit de streek van Ieper kwam  bijvoorbeeld een wapenvoorraad in het Duitse dépôt van St.-Jan in handen. [506]

 

Welke waren nu de te onderscheiden groepen, aanwezig voor de bevrijding in Zuid-West-Vlaanderen?[507]

 

Moeskroen (schuilnaam Souchet): stond onder de leiding van commandant Labize

Menen (schuilnaam Le Corbeau): stond onder het bevel van commandant Verkinderen die in mei 1942 Staf Vanslambrouck, werkzaam in het stadhuis van Menen, en Maurice Dupont opvolgde.

Lauwe (schuilnaam Macareux): was de groep die eerst onder het bevel stond van Vaneeckhoutte. Hij was bij de stichting in 1941 betrokken en bleef deze positie behouden tot 1943 . Daarna stond deze groep onder leiding van Antione Cosyns, op zijn beurt vervangen op 2 september 1944 door commandant Fieuws.

Kortrijk (schuilnaam Pseudo-Macareux): deze groep stond onder het bevel van commandant Joseph Lagae.

Kortrijk-Zwevegem en omliggende: dit was de groep onder bevel van Léon Tieleman, de opvolger van Gustave Naessens, die in juli 1942 aangehouden was.

 

5.3.5.2. De Kortrijkse situatie aan de vooravond van de bevrijding

 

            Na de golf van arrestaties waren twee Kortrijkse verzetsstrijders verantwoordelijk voor een nieuwe uitbouw van de activiteiten. Ten eerste nam Léon Tieleman, na zijn verblijf in Dinant, de functie van Gustave Naessens op. Bijgevolg stond hij aan het hoofd van de afdeling Pseudo-Souchet. Deze groep was officieel bekend als de “Compagnie Courtrai-Nord”. Het had als schuilplaats enkele grote hoeven rond het “Berenbosch” te Zwevegem-Bellegem. [508] Deze groep was in 1941 beter bekend als de “V-Liga”. Daarnaast zocht hij naar nieuwe leden voor zijn groep en nam hij de contacten met de overgebleven verzetsstrijders terug op. Natuurlijk is het wel zo dat de rekrutering van de leden vlotter verliep, daar de oorlog op zijn einde liep. Veel nieuwe leden zullen dan ook de rangen vervoegen. Daar deze niet meer tot de “verzetsstrijders van het eerste uur” kunnen gerekend worden -ondanks het feit dat ze niet in de vergeethoek mogen geduwd worden-, zullen ze niet apart behandeld worden, maar in de statistische analyse verwerkt worden.

 

            Daar er in Zone III vier belangrijke elektriciteitscentrales gelegen waren, spitsten de acties van de “Compagnie Courtrai-Nord” zich vooral toe op het behoud van de centrale in Zwevegem. Het was van groot belang dat deze na de bevrijding zo vlug mogelijk op gang zou worden gebracht. Tot verstomming van de staf van de Zone en van de ingenieurs van dit bedrijf werd er door de Duitsers niets ondernomen om de centrale eventueel stil te leggen. Daar de Zone III het gebied bestreek langswaar men het snelst het front in Normandië kon bereiken, had elke sabotage van het telefoonnet ernstige gevolgen voor de Duitsers. Ook het spoor in Kortrijk was hierbij cruciaal. Kort voor de landing werd het aan massale bombardementen onderworpen. Daarom moest de wederopbouw van dit net door de Duitsers  gesaboteerd worden. In de periode van  8 juni 1944 tot 2 september 1944 mogen 15 sabotagedaden aan de spoorwegen en de telefoonverbindingen aan deze Kortrijkse groep toegeschreven worden. [509]

 

            Maar naast deze compagnie bestond er nog een andere in Kortrijk, namelijk die onder leiding van Joseph Lagae. Nadat de arrestaties in 1942 hem verplichtten onder te duiken, zorgde hij bij zijn terugkeer voor de verdere uitbouw van de groep Pseudo-Macareux. De activiteiten van deze groep spitsten zich vooral toe op stad Kortrijk. Uit een interview met Joseph Lagae bleek “dat de grootste zorg van de groep voornamelijk bestond uit de ordehandhaving na de bevrijding”. We kunnen uit dit interview afleiden dat het niet gericht was op eventuele sabotagedaden. [510]

 

            We gaan nu eerst dieper in op de activiteiten van de groep rond Tieleman, omdat dit de enige groep is waarvan we de activiteiten hebben kunnen achterhalen. In de nacht van 3 op 4 september 1944 trokken de leden van de “Compagnie Courtrai Nord” in het grootste geheim naar hun schuilplaats  “De Berenbosch”.[511] Die nacht werden op de Doorniksesteenweg nazi-eenheden door de geallieerde luchtmacht aangevallen. Duitse soldaten die poogden te ontsnappen werden door de groep ingerekend en ontwapend. De buit bestond uit 100 geweren, 30 karren en 60 paarden. Dit materiaal werd gebruikt voor de bevrijdingsgevechten in Kortrijk. Dit kwam goed uit, want de dropping van geallieerde wapens op 3 september of de dag “Afti” ging niet door. Om de stad voor stroomverlies te behoeden werd de elektriciteitscentrale te Zwevegem bezet. De fabriekwachters werden overmeesterd en ontwapend. Wanneer het onrustwekkende bericht binnenkwam op 5 september, dat een sterk bewapende Duitse colonne van Menen naar Kortrijk oprukte, werd Tieleman belast met het optrommelen van zijn eenheden. Het GL zal actief deelnemen aan de bevrijdingsgevechten. [512]

 

Kortrijk kende op 5 september een waar gevecht tussen de Duitse oprukkende eenheden van Menen naar Kortrijk en de verzetsstrijders. Ook zullen enkele van de leden van het Geheim Leger het leven laten bij deze gevechten zoals Willy Lecluyse en Julien Dewildeman,  die pas een maand in het verzet was. Ook Albert Steelant sneuvelde op 5 september 1944. Hij voerde het bevel over een sectie van het schuiloord “Souchet”. Ook Willy Devos, Henri Breulheid, en Daniel Omeye stierven tijdens deze bevrijdingsgevechten. [513]

 

5.3.6. De personages

 

5.3.6.1. Methodologische problemen

 

            We kwamen tot de conclusie dat, alhoewel we sommige personen terugvonden in de privé-archieven en in de boeken van José Vanbossele, we hun dossiers niet hebben teruggevonden. Deze personen werden in de tekst vermeld, maar we konden hun betrokkenheid in de verzetsorganisaties niet staven aan de hand van de doorgenomen dossiers in het U.V.G.L. of die van het M.V.G. Dit wil niet zeggen dat ze niet betrokken waren tot het verzet. Het kan zijn dat ze na de oorlog geen statuut hebben aangevraagd, of dat dit hen geweigerd was daar ze niet aan de vereisten voldeden. Aangezien we hun lidmaatschap niet hebben kunnen bewijzen, laten we de kwestie open, maar komen ze noch in aanmerking voor een aparte behandeling, noch voor de statistische analyse.

 

            Welke personen komen niet in aanmerking? Twee personen, namelijk Albert Vandenberghe en Gustave Goeman kunnen niet tot het verzet gerekend worden. We hebben hier te maken met spionnen van de Duitse politie die geïnfiltreerd waren in de “Pottelbergse Groep” en lijsten aanlegden van de leden. Deze lijst speelden ze door aan de Gestapo. Albert Vandenberghe werd in 1948 door de Krijgsraad van Kortrijk veroordeeld voor een  “onvaderlandsche houding”. [514] Kindt Adriën hebben we eveneens niet teruggevonden in de dossiers, hoewel hij in een document over de stichting van het GL in Kortrijk vermeld wordt als de vermoedelijke medestichter van het Nationaal Legioen. [515]Jaques Kiekens, Achilles Desmet, Adolf Vandamme, Daniël Braeckeveldt, broer van Maria Braeckeveldt, en Felicien Delbaere, man van Maria Braeckeveldt, werden eveneens niet teruggevonden.

 

            Drie personen behoren niet tot het opgestelde criterium, namelijk de verzetsstrijders moesten voor en/of tijdens de oorlog in Kortrijk wonen. Van volgende personen was dit niet het geval: Louis Declercq was afkomstig uit Hekelgem; Jozef Verlinden en Leon Vanwalleghem waren van Ronse. [516] Van een persoon kan niet met zekerheid gezegd worden dat hij effectief tot het GL behoorde. In het dossier van Willy Brabants staat “hij hielp mensen als verplicht arbeider onderduiken”. Alhoewel de activiteiten van het GL zich ook daarop toespitsten, werd in zijn dossier geen melding gemaakt van een specifieke verzetsorganisatie. Ook hier moeten we een antwoord schuldig blijven. Was hij lid  van het GL of niet?

 

5.3.6.2. De betrokken personen

 

Adriën Noël : Hij werd geboren op 7 februari 1901 in St.-Gillis. Hij was gerant van de Etam op de Grote Markt in Kortrijk. Hij was gehuwd met de Beir Simonne. In 1940 werd hij gemobiliseerd en op 20 mei 1940 werd hij door de Duitsers gevangen genomen. Hij was gevlucht uit de Duitse handen op 31 mei 1940. Hij was de medestichter van de “Morele Oudstrijdersbond rondom Koning Leopold III”. Toen de arrestaties van 1942 deze groep teisterden, kon hij het gevaar van ook opgepakt te worden, ontlopen. Maar op 14 april 1944 werd hij door de GFP opgepakt, want hij werd “verdacht van spionage”. Hij werd opgesloten in de gevangenissen van Kortrijk, Brugge, Brussel, Bayreuth, Ingolstad, Kaisheim en Dachau. Op 10 mei 1945 werd hij bevrijd. Na de oorlog werd hem het statuut van politiek gevangene en gewapend weerstander toegekend. [517]

****************************

Ballieu Omer: Hij werd geboren in Kortrijk op 13 februari 1924. Hij studeerde aan het Atheneum van Kortrijk. In oktober 1941 werd hij lid van de “Witte Brigade”. Zijn activiteiten spitsten zich vooral toe op het opstellen en verspreiden van het sluikblad “Libération”. Dit deed hij samen met andere studenten. Maar op 23 maart werd hij aangehouden in het Atheneum van Kortrijk door de GFP. De reden hiervoor luidde “het verspreiden van Duits-vijandige propaganda”. Hij werd tot 1 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij werd opgesloten in de kampen van Kortrijk, St.-Gillis, Merksplas en St.-Quentin. Op 19 oktober 1942 kwam hij terug vrij. Of hij dan zijn activiteiten in het verzet verder gezet heeft, weten we niet. Hij werd na de oorlog als politiek gevangene erkend.[518]

****************************

Bonte Romain: Hij werd in Kortrijk geboren op 22 juli 1925 en was gehuwd met Jacqueline Flypo. Hij was beroepsmilitair en had de graad van wachtmeester. Toen de Duitsers op 10 mei België binnen vielen, streed hij mee in het 22e Artillerieregiment. Begin april 1942 werd hij lid van het Nationaal Legioen, bij de groep  “Pottelberg”. Maar toen de golf van arrestaties in 1942 deze groep uit elkaar deed vallen, werd hij door André Fieux gerekruteerd in de Witte Brigade. Op 14 juli 1942 werd hij aangehouden door de GFP wegens zijn betrokkenheid in de ‘Pottelbergse groep’ en wegens zijn eedaflegging voor de WB. Hij werd voor vier maand opgesloten in de gevangenis van Kortrijk.[519] Na zijn vrijlating op 12 november 1942 werd hij opnieuw actief lid. Dit betekende dat hij van 1 april 1942 tot 15 oktober 1944 betrokken was bij de weerstand. In september 1944 werd hij gemobiliseerd voor de eenheid Macareux van Bellegem onder leiding van André Devoost (alias Wolf). Hij nam, samen met deze eenheid, actief deel aan de bevrijdingsgevechten van de stad Kortrijk. [520]

****************************

Boucneau André: Hij werd geboren op 10 mei 1924 te Juliers. Tijdens de oorlog woonde hij met zijn ouders in Kortrijk en studeerde hij daar aan het Atheneum. In zijn dossier staat vermeld “hij was actief betrokken bij de oprichting van de weerstand (Ligue V)”. Na de arrestaties van 1942 verloor hij ieder contact met het verzet. Toen de bevrijding nakend was, werd hij begin 1944 gemobiliseerd. Onder leiding van Joseph Lagae, was hij betrokken bij de gevechten die aan de bevrijding van de stad Kortrijk voorafgingen. Na de oorlog werd hij als gewapend weerstander erkend. [521]

****************************

Braeckeveldt Magdalena: Zij was geboren in Wakken. Magdalena was toen de oorlog uitbrak 38 jaar, huishoudster, en gehuwd met Felicien Delbaere. Ze was betrokken bij de vergaderingen die het Nationaal Legioen hield. Ze woonden immers op de Pottelberg en in hun huis vonden vaak de vergaderingen plaats. Magdalena werd opgepakt voor deze activiteiten in 1942. Ze werd opgesloten te Kortrijk tot 30 oktober 1943. Ze werd na de oorlog als politiek gevangene erkend. [522]

****************************

Breulheid Henri: Hij werd geboren te Herstal op 12 oktober 1908. Hij was gehuwd met Meyer Valentine en uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren. Van beroep was hij handelsvertegenwoordiger.  Hij was lid van de groep rond Naessens. Hij verspreidde hiervoor het vlugschrift “Le Patriotte” en zorgde voor de levering van het drukmateriaal. Hij werd hiervoor aangehouden te Kortrijk in 1942. De rechtbank van Brugge veroordeelde hem tot 1 jaar gevangenisstraf. Hij werd opgesloten van 14 september 1942 te Kortrijk en daarna naar de kampen St.-Gillis en Leuven gebracht. Hij kwam terug vrij op 2 oktober 1943. Na zijn vrijlating vervoegde hij de rangen van het Geheim Leger en stond onder het rechtstreekse bevel van Jack Salembier. Maar tijdens de bevrijdingsdagen en gevechten te Kortrijk-Heule werd hij dodelijk gekwetst op 6 september 1944. Hij streed in een patrouille onder leiding van Jack Salembier. Hij overleed op 9 september 1944 aan de opgelopen verwondingen. [523]

****************************

Deheegere Maurice: Hij werd geboren op 25 mei 1920 in Poperinge. Hij studeerde aan het Atheneum van Kortrijk. In 1940 werd hij gemobiliseerd en streed aan de zijde van het Belgisch Leger. Zijn functie hierbinnen was pelotonchef. Op 28 mei 1940 werd hij door de Duitsers gevangen genomen. Op 17 oktober 1940 kwam hij vrij. Hij behoorde tot die groep van mensen die zich niet konden neerleggen bij de Duitse overwinning. Om die reden werd hij in het begin van 1941 lid van de “Witte Brigade”. Hij werd door Gustave Naessens aangesteld als adjunct-bevelhebber. Op 1 mei 1942 werd hij aangehouden door de GFP en werd achtereenvolgens opgesloten in de kampen van Kortrijk, St.-Gillis, Essen, Esterwegen, Bochum, Börgerman, Gross-Strelitz, Gross-Rozen, Dora en Nordhausen. Hij kwam vrij op 26 april 1945. Na de oorlog werd hem het statuut van gewapend weerstander en politiek gevangene toegekend. [524]

****************************

Delbaere Lucien: Hij werd in Kortrijk geboren op 18 november 1924. Hij was werkzaam op het stadhuis van Kortrijk en ongehuwd. Hij was lid vanaf 1942 van de Witte Brigade en het Nationaal Legioen tegelijkertijd. Hij werd opgesloten voor zijn activiteiten te Kortrijk van 3 juli 1942 tot 13 november 1942. Zijn opgelegde straf bedroeg drie maand en dit had de rechtbank van Brugge beslist. Hij werd na de oorlog erkend als gewapend weerstander. [525]

****************************

Delmotte Louis/ Lodewijk: Hij werd op 17 augustus 1920 in Kortrijk geboren. Hij was ongehuwd. Zijn beroep was bediende. Hij werd in 1940 gemobiliseerd en vervoegde het Belgisch Leger. Op 30 juni 1940 werd hij in Frankrijk gevangen genomen door de Duitsers en op 15 augustus 1940 terug vrijgelaten. Vanaf augustus 1941 was hij al actief betrokken bij de weerstand en verzamelde inlichtingen die hij doorspeelde aan de heer Verlinden, verantwoordelijke voor de Service Bayard in Ronse. In september 1941 werd hij lid van “De Morele Oudstrijdersbond rondom Koning Leopold III”. Maar in 1944 werd hij opgepakt en via de gevangenissen van Kortrijk, Brugge, St.-Gillis, Bayreuth, Kaishem naar Dachau gevoerd. Hij keerde naar Kortrijk terug op 14 mei 1945. Na de oorlog werd hij als weerstander erkend. [526]

****************************

Desauw Arthur: Hij was geboren op 16 juni 1910 te Kortrijk. Hij was kolenverhandelaar en gehuwd met Duyck Julia. Vanaf 1 april 1941 was hij tot het verzet toegetreden. Zijn taken bestonden uit transporteren van wapens. In 1942 werd hij gerekruteerd om sabotage te plegen. In 1943 werd door de GFP opgepakt en werd naar volgende kampen gevoerd, Kortrijk, St.-Gillis, Buchenwald, Hartzungen, Ellrich en Bergen-Belsen. Op 15 april 1945 werd hij bevrijd. Hij werd na de oorlog erkend als politiek gevangene. [527]

****************************

Destoop Vincent: Hij werd geboren op 5 oktober 1914 in Kortrijk. Hij was industrieel. In zijn dossier staat hij beschreven als “un des fondateurs et organisateurs de notre mouvement qui devoit entrer plus tard dans l’AS”. Hij zorgde voor het contact met majoor Defize en was commandant van de compagnie Souchet. Op 15 juli 1944 werd hij door de GFP opgepakt. Hij werd opgesloten in de kampen Etterbeek, Zittau en Hannover. Hij werd bevrijd op 20 april 1945. Na de oorlog kreeg hij het statuut van gewapend weerstander. [528]

****************************

Duthoo Jozef: Hij werd geboren in Kortrijk op 19 maart 1916. Hij was patissier en ongehuwd. De reden van zijn aanhouding door de Feldgendarmerie van Kortrijk was voor “het verspreiden van anti-Duitse propaganda”. Bovendien was hij lid van de groep rond Naessens sinds 1941. Hij werd op 15 april 1942 voor de rechtbank van Brugge gedaagd en werd voor 8 maand opgesloten in de gevangenis van Kortrijk. Na de oorlog werd hij als politiek gevangene erkend.[529]

****************************

Fieux André: Hij was geboren op 4 december 1920 te Kortrijk en was student. Op 1 juni 1941 werd hij lid van de Witte Brigade door de aanwerving van zijn medestudent Maurice Vangilbergen. Op 2 juli 1942 werd hij opgepakt door de GFP. De reden hiervoor was “dat hij betrokken was bij de stichting van de weerstand, op een bepaald ogenblik zelfs leider van Kortrijk”. Hij werd daarop naar de gevangenissen en kampen in Kortrijk, Brugge, St.-Gillis, Essen, Bochum, Papenbruck, Esterwegen, Wolfenbüttel, Brunswick, Hannover, Brennen, Burdermoor, Gross-Rozen, Laband, Ratibor en Buchenwald gevoerd. Hij werd tot 9 juli 1945 vastgehouden en bevrijd in een kamp in Tsjechoslovakije.[530] Maar op 7 augustus 1945 overleed hij te Kortrijk door de opgelopen verwondingen. [531]

****************************

Gaveele Henri: Hij werd geboren te Kortrijk op 15 juni 1924. Hij was lid van het Nationaal Legioen, afdeling Pottelberg. Hij werd voor deze activiteiten een eerste maal aangehouden te Kortrijk op 3 juli 1942. Hij werd 10 weken opgesloten in de gevangenis te Kortrijk. Na zijn vrijlating werd hij opgeroepen om als verplicht  arbeider in Duitsland te gaan werken. Hij dook onder en verdween als werkweigeraar van het toneel. De Gestapo wist hem te vinden en hij werd opnieuw opgepakt in 1944. Hij werd weer opgesloten in de gevangenis van Kortrijk tot 22 augustus 1944. Daarna werd hij overgebracht naar de kampen Thuringen en Kahla, waar hij in april 1945 overleed. Hij werd na de aanvraag door zijn ouders als politiek gevangene erkend. [532]

****************************

Kindt Adriën: Hij werd geboren op 5 oktober 1923 in Kortrijk. Hij was gehuwd. Sinds 1941 behoorde hij tot het Nationaal Legioen. Hij werd op 27 juni 1942 door de GFP aangehouden met als motief “lid van de weerstand”. Hij werd voor de rechtbank van Brugge veroordeeld tot 18 maand gevangenisstraf. Hij werd opgesloten te Kortrijk, Brugge, St.-Gillis, Merksplas, St.-Gillis en Wolferbutten tot 15 januari 1944. Hij werd na de oorlog erkend als politiek gevangene. [533]

****************************

Lagae Jean: Hij werd geboren in Heule op 9 januari 1913. Hij was ongehuwd en was advocaat van beroep. Voordien was hij actief lid van “De Morele Oudstrijdersbond rondom Koning Leopold III”. Na de arrestaties van 1942 organiseerde hij een aantal vergaderingen om de overgebleven verzetsstrijders te hergroeperen. Hij werd onder de leiding van commandant Tieleman,  groepoverste over de eenheid Pseudo-Souchet. Op 7 april 1944 werd hij door de Gestapo gearresteerd “voor zijn patriottische activiteiten en voor het steunen van werkweigeraars van het AB”. Hij werd daarop naar de kampen en gevangenissen van Kortrijk, Brugge, St.-Gillis, Bayreuth, Kaisheim en Dachau gevoerd. Hij werd bevrijd op 8 mei 1945. Hij werd erkend als politiek gevangene. [534]

****************************

Lagae Joseph: Hij werd geboren op 19 maart 1916. Hij was gehuwd en technisch ingenieur. Hij was de medestichter van “De Morele Oudstrijdersbond rondom Leopold III”. Hij rekruteerde zijn broer Jean Lagae. Samen met zijn broer organiseerde hij vergaderingen bij hem thuis. Hij was commandant van Pseudo-Souchet. Maar op 1943 werd hij door de Gestapo gearresteerd. Hij kwam terug vrij, maar toen hij op 20 april 1944 gezocht werd door de Gestapo dook hij onder.[535]

****************************

Ledure Gaspar: Hij werd op 2 februari 1920 in Kortrijk geboren. Hij was bediende en ongehuwd. In februari 1941 trad hij tot de “Morele Oudstrijdersbond rondom Koning Leopold III” toe. Toen hij werd opgeëist om naar Duitsland te gaan werken, verdween hij in de illegaliteit. Binnen de verzetsorganisatie spitsten zijn activiteiten zich vooral toe op het doorsluizen van jongeren naar Engeland. Hoewel de GFP zijn naam kende en hij fel begeerd was door de Duitsers, werd hij nooit opgepakt. Op 5 september 1944 nam hij deel aan de bevrijdingsgevechten onder de leiding van Joseph Lagae. Na de oorlog werd hem het statuut van gewapend weerstander toegekend. [536]

****************************

Ledure Maurice: Hij werd in Kortrijk geboren op 23 december 1921. Hij werd in 1941 opgepakt door de GFP in Kortrijk. De reden van zijn aanhouding lag hem in het feit dat hij hulp bood aan “jongelingen die naar Engeland wilden vluchten”. Hij werd door de rechtbank in Brugge veroordeeld tot 6 maand gevangenisstraf en werd daarop opgesloten in de gevangenis van Kortrijk. Maar op 23 juni 1945 overleed hij te Brugge tengevolge van de tuberculose die hij in de gevangenis had opgelopen. Hij werd na de oorlog erkend als politiek gevangene. [537]

****************************

Legon Alfred: hij werd geboren in Kortrijk op 30 december 1897. Hij was gehuwd en dagbladverkoper. Na zijn aanhouding op 8 september 1944 werd hij voor vijf maanden weggevoerd. Jean Lagae verklaarde: "dat hij de sluikpers verspreidde”. Na de vele arrestaties in de Kortrijkse OF-KP verzorgde hij de verdere verspreiding ervan. Na zijn vrijlating op 17 september 1944 werd hij gemobiliseerd en nam hij actief deel aan de bevrijdingsgevechten van de stad. Hij behoorde tot de compagnie Pseudo-Souchet onder leiding van Jean Lagae. Tot eind oktober 1944 was hij in de weerstand betrokken. [538]

****************************

Naessens (Hilaire) Gustave: Hij werd geboren op 14 juli 1890 te Deerlijk. Toen de oorlog uitbrak,  was hij gepensioneerd Opperwachtmeester der Rijkswacht. Hij was gehuwd met Vandenghinste (Martha) Paula. Hij bekleedde de functie van algemeen bevelhebber van het gewest Zuid-West-Vlaanderen van het “V-Leger” van 1941 tot 1942. Later ging hij over tot het groepscommando van het Geheim Leger. Hij was ook bedrijvig als militair inlichtingsagent. Op 11 juli 1942 werd hij gearresteerd en hij overleed in het Duitse concentratiekamp Gross-Rosen op 9 februari 1945. Hij werd erkend als politiek gevangene. Hij werd na de oorlog postuum vereerd met “Het Kruis van Ridder in de Kroonorde met de palm”, “het Oorlogskruis 1940 met de palm”, “Medaille van de weerstand”, “Het Kruis van politiek gevangene 1940-1945” en een “Herinneringsmedaille van de oorlog 1940-1945”.[539] Ook zijn vrouw, geboren in Vichte op 1 augustus 1903 was betrokken bij deze Witte brigade. Ze was koerierster voor de eenheid Souchet. Zij was van 1 augustus 1941 tot 14 oktober 1944 in de weerstand betrokken. Zij werd als lid van de gewapende weerstand erkend. [540]

****************************

Nuyttens (Feliciaan) Michel: Hij werd in Kortrijk geboren op 27 maart 1924.  Hij was ongehuwd en haarkapper van beroep. Op 1 december 1941 trad hij tot de weerstand toe, namelijk in de “Groep Pottelberg”. Hij werd door de GFP opgepakt op 6 juli 1942 voor het bijwonen van deze vergaderingen. Hij werd door de rechtbank van Brugge veroordeeld tot 10 maand gevangenisstraf. Na zijn vrijlating op 17 mei 1943 nam hij actief deel aan de bevrijdingsgevechten. [541]

****************************

Opsomer Albert: Hij werd in Kortrijk geboren op 22 maart 1918. Hij was gehuwd met Talleman Andrée en had 1 kindje. Hij was beroepsmilitair en werd bijgevolg in 1940 gemobiliseerd. Maar hij kon zich niet verzoenen met een Duitse overwinning en trad in 1941 tot het Nationaal Legioen (de Pottelbergse groep) toe. In 1942 werd hij door de GFP aangehouden. Hij werd achtereenvolgens opgesloten te Kortrijk, St.-Gillis, Bochum, Hameln, Sachsenhausen en Monthausen, waar hij op 7 maart 1945 overleed. Toen zijn vrouw de aanvraag indiende om haar man als politiek gevangene te erkennen, kreeg ze deze toegewezen. [542]

****************************

Pannecoucke Henry/Henri: Hij werd geboren op 12 december 1924 te Kortrijk. Hij was gehuwd en bediende. In 1940 voegde hij zich bij de Belgische strijdkrachten en maakte deel uit van de RAF. Hij werd opgesloten van 1 augustus 1942 tot 15 augustus 1943. Hij kreeg dus 1 jaar gevangenisstraf, daar hij lid was van het Nationaal Legioen en vlugschtiften voor deze organisatie verspreide. Na de oorlog werd hij als politiek gevangene erkend[543]

****************************

Parmentier Jozef: Hij werd in Kortrijk geboren op 14 juni. Hij was wijnaftrekker en ongehuwd. Ook hij werd lid van het Nationaal Legioen midden 1941. Hij werd gemobiliseerd in afwachting van de bevrijding. Op 18 september 1942 werd hij door de GFP opgepakt. De reden lag hem in het feit dat hij lid was “ een geheime beweging”. Hij werd door de rechtbank van Brugge veroordeeld tot vier maand gevangenisstraf. Hij werd bijgevolg opgesloten te Kortrijk, St-Gilllis, Merksplas en werd vrijgelaten op 18 januari 1943. Hij werd erkend als politiek gevangene. [544]

****************************

Tieleman Léon: Hij werd geboren op 3 mei 1922. Hij was tijdens de oorlog student (waarschijnlijk aan het Atheneum van Kortrijk). Toen hij in 1942 werd opgeëist om naar Duitsland te gaan werken ging hij in de illegaliteit. Voordien, in 1940, was hij betrokken bij de stichting van het “V-Leger”. Toen hij voor deze activiteit opgepakt werd op 2 mei 1942, werd hij opgesloten in de gevangenis van Kortrijk. Na zijn vrijlating, op 18 augustus 1942 dook hij onder in Vichte, Zwevegem en Kortrijk. Vanuit Kortrijk zorgde hij, met het oog op de bevrijding, voor de reorganisatie van het GL. Hij werd commandant van de “Compagnie Courtrai-Nord”. Onder zijn toezicht werden de verdedigingstellingen bezet van de elektriciteitscentrale in Zwevegem. Na de oorlog werd hij, na veel administratief geharrewar, uiteindelijk als  lid van de verzetsorganisatie erkend. [545]

****************************

Vandecaveye Gaston: Hij werd geboren op 25 mei 1921 te Kortrijk. Hij was gehuwd met Herman Maria. Hij werkte als automechanicien. Op februari 1942 werd hij lid van het Nationaal Legioen. Hij werd gemobiliseerd in afwachting van de bevrijding. Maar hij werd aangehouden door de GFP voor dit lidmaatschap en werd door de rechtbank van Brugge tot 2 maand gevangenisstraf veroordeeld. Hij werd bijgevolg opgesloten te Kortrijk van 30 juni tot 26 oktober 1942. Hij werd na de oorlog als politiek gevangene erkend. [546]

****************************

Vandeleene Robert: Hij was geboren te Kortrijk op 27 oktober 1919. Hij was slager en gehuwd met Verbeke Magadalena. In 1940 streed hij als soldaat aan de zijde van de Belgische strijdkrachten. Op 1 augustus 1941 maakte hij deel uit van de “Morele Oudstrijdersbond rondom Koning Leopold III”. Eind 1942 stond hij onder het bevelhebberschap van Jean Lagae en maakte deel uit van Pseudo-Souchet. Bovendien verzamelde hij geld en zegels voor voortvluchtigen. Op 6 april 1944 werd hij gearresteerd en via Kortrijk, Brugge, St.-Gillis, Bayreuth, Nuremberg, Ingelstadt naar Dachau gevoerd. Hij verliet dit kamp op 14 mei 1945. De reden van zijn aanhouding luidde” verklikking over (zijn) lidmaatschap van de weerstand”. Hij werd na de oorlog erkend als politiek gevangene.[547]

****************************

Vandeleene Roger: Hij was de oudere broer van Robert. Hij werd in Kortrijk geboren op 25 november 1913. Hij was gehuwd met Corneille Jaqueline en had een kindje. Hij was kapper. Hij was betrokken bij de oprichting van “De Morele Oudstrijdersbond rondom Koning Leopold III”. Hij maakte deel uit van de compagnie Pseudo-Souchet, waarbij hij midden 1941 toegetreden was. Hij was groepoverste van en stond in  voor de verdeling van geld en zegels aan voortvluchtigen. Op basis van deze activiteiten werd hij aangehouden. Hij werd op 6 april 1944 opgesloten te Kortrijk, en naar de kampen in Brugge, St.-Gillis, Bayreuth, Karlsheim en daarna naar Dachau gevoerd. Hij bleef opgesloten tot 29 april 1945. Hij werd erkend als politiek gevangene. [548]

****************************

Vandenabeele Marcel Rogier: Hij werd op 14 september 1924 in Meulebeke geboren. Hij was ongehuwd. Hij vestigde zich voor de oorlog in Kortrijk. Hij werd aangehouden door de GFP op 10 juli 1942. Hij was lid van het Nationaal Legioen, namelijk de “Pottelbergse groep”. Hij werd in Brugge veroordeeld tot 4 maand gevangenisstraf en werd op 10 november 1942 vrijgelaten. Hij werd na de oorlog als politiek gevangene erkend. [549]

****************************

Vandenbroucke Polydoor: Hij werd te Kortrijk geboren op 20 december 1923. Hij was arbeider in de fabriek. Hij was ongehuwd. Hij trad tot de weerstand toe eind 1942. Zijn activiteiten waren vooral toegespitst op het bijwonen van de vergaderingen van de “Pottelbergse groep”. Op 27 juni 1942 werd hij door de GFP aangehouden voor zijn lidmaatschap van het Nationaal Legioen. Hij werd op september 1942 veroordeeld door de rechtbank van Brugge en kreeg 10 maand gevangenisstraf. Hij werd bijgevolg opgesloten te Kortrijk, St-Gilllis, Kortrijk, Brugge en Merksplas en werd vrijgelaten op 17 mei 1943. Hij werd na de oorlog erkend als politiek gevangene. [550]

****************************

Vangilbergen (Pierre) Maurice: Hij was in geboren te Kortrijk op 3 februari 1922. Tijdens de oorlog studeerde hij nog aan het Atheneum te Kortrijk. Zijn vader was rijkswachter, dus was het niet verwonderlijk dat hij Gustave Naessens en Léon Tieleman al kende voor de oprichting van de verzetsgroepering. Hij werd in januari 1940 lid van het “V-Leger”. Bovendien was hij  toegetreden tot de sectie Pseudo-Souchet. Hij werd aangehouden door de GFP op 25 maart 1942. Hij werd opgesloten in de gevangenissen van Kortrijk, St.-Gillis, Merksplas, St.-Gillis, Bochum, Esterwegen, Gross-Strelitz, Gross-Rosen en Nordhausen waar hij ook overleed op 9 maart 1945. Hij kreeg het statuut van politiek gevangene, aangevraagd door zijn moeder. [551]

****************************

Wietendaele Willy: Hij werd geboren in Kortrijk op 4 september 1923. Hij was ongehuwd en trambediende. Op 27 juni 1942 werd hij aangehouden te Kortrijk. Hij was eind 1942 lid geworden van het Nationaal Legioen. Hiervoor verspreidde hij anti-Duitse propaganda. Hij werd tot 1 jaar en 2 maanden gevangenisstraf veroordeeld en werd achtereenvolgens opgesloten in de gevangenissen van Kortrijk, Brugge, St.-Gillis en Merksplas. Op 25 juli 1943 werd hij vrijgelaten. Hij werd als politiek gevangene erkend. [552]

****************************

Willems Florent: Hij werd geboren op 11 februari 1922. Hij was gehuwd en rijkswachter. In het begin van 1941 was hij betrokken bij de stichting van de “Witte Brigade”. Hij bleef in het verzet tot 14 oktober 1944. Toen de massale aanhoudingen van 1942 alle Kortrijkse verzetsorganisaties teisterden, kon hij de dans ontspringen. Het statuut van gewapend weerstander werd hem na de oorlog geweigerd, maar hij werd wel als lid van het Geheim Leger erkend. Na de oorlog vestigde hij  zich in Gent. [553]

****************************

Zeebrouck (Faldo) Lodewijk: Hij werd geboren op 4 januari 1926 in Kortrijk. Hij was student aan het Atheneum van Kortrijk. Hij was betrokken bij de stichting van de “Witte Brigade”. Daarnaast zorgde hij voor de verspreiding van het sluikblad “Libération”. In 1942 werd hij om deze activiteit door de GFP opgepakt en voor drie maand opgesloten. Na zijn vrijlating trad hij in het begin van 1944 tot het GL toe. Zijn activiteiten bestonden uit het verstrekken van inlichtingen, het vervoeren van wapens, munitie en levensmiddelen. Na de oorlog werd hij als lid van de organisatie erkend en als gewapend weerstander. [554]

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[445] Privé-archief van José Vanbossele, Persoonlijk dossier van Vanneste Henri.

[446] Privé-archief van José Vanbossele, Persoonlijk dossier van Vanneste Henri.

[447] J. Vanbossele, Kortrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deel 2, Kortrijk, 1987, p. 241.

[448] J. Vanbossele, op.cit., p. 242.

[449] Privé-archief van José Vanbossele, Attest van het Ministerie van Landsverdediging opgesteld door M. Laine.

[450] Privé-archief van José Vanbossele, Dossier van het Ministerie van Landsverdediging, II/ 41292 .

[451] E. Verhoeyen, België bezet. 1940-1944, Brussel, 1993, p. 315.

[452] W. Struys, L’armée secrète. Historique de la Zone III, Ecole Royale Militaire, 1965, pp. 14-15.

[453] H. Bernard, Het Geheim Leger, Gent, 1986, pp. 8-9.

  C. Jean, L’armée secrète. Historique de la Zone I, Ecole Royale Militaire, 1965, pp. 1-5.

[454] Eigen verzameling documenten, interview door auteur afgenomen met Joseph Lagae op 20/11/98.

[455] H. Vanvreckom, L’armée secrète, Bruxelles, 1985, pp. 28-30.

[456] G. Verbeke, Roeselare. Verzet, bezetting, bevrijding, Tielt, 1992, pp. 67-68.

[457] W. Struys, op.cit., p. 15.

[458] Bastin had op 8 mei 1942, tijdens de afwezigheid van Claser -die zich op dat moment in Londen bevond- al het commando overgenomen. Toen Claser terug naar Engeland wilde gaan om verdere besprekingen  te voeren, werd hij gearresteerd. Daarop nam Bastin de volledige leiding op zich. De meest bekende afkorting AB kwam voor op de armbanden en bovendien was de voertaal van de leiding Frans. C. Jean: op.cit., pp. 4-5.

[459] C. Noël, L’ armée secrète. Historique de la Zone II, Ecole Royale Militaire, 1965, pp. 2-5.

[460] H. Bernard, op.cit., p. 70.

[461] H. Bernard, op.cit., pp. 72-75.

[462] Privé-archief van Raphaël Baert, M. Vanneste, Het bewogen verhaal over de Kortrijkse “ondergrondse” tijdens de oorlog en de bevrijding, kranteknipsel.

[463] H. Bernard, op.cit., pp. 215-216.

[464] Privé-archief van José Vanbossele, Document  over het ontstaan van het Geheim Leger in Kortrijk.

[465] G. Verbeke, op.cit., p. 69.                

[466] H. Bernard, op.cit., pp. 80-81.

[467] Privé-archief van Raphaël Baert, Briefwisseling tussen Tieleman en Baert, brief gedateerd van 5/11/1986.

[468] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Naessens Gustave.

[469] Privé-archief van Raphaël Baert, Documenten van de leden onder de rechtstreekse overste van weerstandscommandant Tieleman Léon.

[470] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, Willems Florent.

[471] J. Vanbossele, Kortrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deel II, Kortrijk, 1987, pp.121-123.

[472] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL , persoonlijk dossier van Vangilbergen Maurice.

  U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL , persoonlijk dossier van Fieux André.

[473] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Tieleman Léon.

[474] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Naessens Gustave.

   U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Vangilbergen Maurice.

[475] Privé-archief van Raphaël Baert, M. Vanneste, Het bewogen verhaal over de Kortrijkse “ondergrondse” tijdens de oorlog en de bevrijding, kranteknipsel.

[476] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijke dossiers van Duthoo Jozef en Legon Alfred.

[477] Privé-archief van Raphaël Baert, Briefwisseling tussen Tieleman en Baert, brief gedateerd van 5/11/1986.

[478] M. Dewilde, De kollaboratie, deel I, In: België tijdens de tweede wereldoorlog. Deel V, Kapellen, 1985, p. 32.

[479] Privé-archief van Raphaël Baert, Briefwisseling tussen Tieleman en Baert, brief gedateerd van 5/11/1986.

[480] Privé-archief van José Vanbossele, Document over de stichting van het Geheim Leger in Kortrijk.

[481] Privé-archief van José Vanbossele, loc.cit.

[482] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Braeckeveldt Magdalena.

[483] J. Vanbossele, op.cit., p. 126.

[484] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Bonte Romain en Desauw Arthur.

[485] J. Vanbossele, op.cit., pp. 126-127.

[486] J. Vanbossele, op.cit., p. 124.

[487] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Deheegere Maurice.

[488] Privé-archief van Omer Vandemeulebroucke, Gelijkvormig afschrift omtrent de arrestaties.

[489] J. Vanbossele, op.cit., p. 125.

[490] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Delbaere Lucien

[491] Privé-archief  van José Vanbossele, Document over de stichting van het Geheim Leger in Kortrijk.

[492] Privé-archief  van José Vanbossele, Document over de stichting van het Geheim Leger in Kortrijk.

[493] J. Vanbossele, op.cit., p. 165.

[494] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Tieleman Léon.

[495] Privé-archief van Raphaël Baert, M. Vanneste, Het bewogen verhaal over de Kortrijkse “ondergrondse” tijdens de oorlog en bevrijding, kranteknipsel.

[496] Privé-archief van José Vanbossele, Document over het  stichting van het Geheim Leger in Kortrijk.

[497] Privé-archief Vanbossele, loc.cit.

[498] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het Geheim Leger, persoonlijk dossier van Delmotte Louis.

[499] Privé-archief van José Vanbossele, Document  over de stichting van het Geheim Leger in Kortrijk.

[500] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Desauw Arthur.

[501] J. Vanbossele, Kortrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deel III, Kortrijk, 1988, p.113.

[502] Privé-archief van José Vanbossele, loc.cit.

[503] Privé-archief van José Vanbossele, loc.cit.

[504] Privé-archief van José Vanbossele, Document over het ontstaan van het Geheim Leger in Kortrijk.

[505] Op 6 juni 1944 landden de geallieerde strijdkrachten op de kust van Normandië.

[506] H. Bernard, op.cit., p. 219.

[507] Privé-archief van Raphaël Baert, Uittreksel van het geregistreerd vraaggesprek tussen compagnie-commandant Léon Tieleman en sabotageleider-commandant  Aristide Pottilius.

[508] Privé-archief van Raphaël Baert, Document over de acties van “Compagnie Courtrai-Nord” aan de vooravond van de bevrijding.

[509] Bernard, op.cit., pp. 212-222.

   Privé-archief van Raphaël Baert, loc.cit.

[510] Eigen verzameling documenten, interview door auteur afgenomen met Joseph Lagae op 20/11/98.

[511] Dit is gelegen tussen Zwevegem, St-Denijs, Kooigem en Bellegem, en in de nabijheid van de Steenweg Doornik Kortrijk.

[512] Privé-archief van Raphaël Baert, M. Vanneste, Het bewogen verhaal over de Kortrijkse “ondergrondse” tijdens de oorlog en bevrijding, kranteknipsel.

[513] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijke dossier van Devos Willy, Breulheid Henri, Dewildeman Julien, Lecluyse Willy, Steenlant Albert, 300 64/ ND, 19280/MRP, III/307486, II/307013, 34937/F.

U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Omeye Daniel.

[514] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Delbaere Lucien. Document over veroordeling van Albert Vandenberghe.

[515] Privé-archief van José Vanbossele, Document over de stichting van Geheim Leger in Kortrijk.

[516] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Declercq Louis.

[517] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Adriën Noël.

[518] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Ballieu Omer, I/30607/BE.

[519] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G. persoonlijk dossier van Bonte Romain, I30339/K.

[520] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Bonte Romain.

[521] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Boucneau André.

[522] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Braeckeveldt Magadalena, I 30304/K.

[523] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Breulheid Henri, II/ 27626.

  U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Breulheid Henri.

[524] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Deheegere Maurice.

[525] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Delbaere Lucien, I30277/K.

[526] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Delmotte Lodewijk, II653/PPL.

  U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Delmotte Louis.

[527] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van M.V.G., persoonlijk dossier van Desauw Arthur, I 60 PP40.

[528] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Destoop Vincent.

[529] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Duthoo Jozef, 131170/E.

[530] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Fieux André.

[531] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het  M.V.G., persoonlijk dossier van André Fieux, 10639/PP.

[532] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Gaveele Henri, 16485/PP.

[533] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Kindt Adriën,130597/E.

[534] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Lagae Jean.

[535] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Lagae Joseph.

[536] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Ledure Gaspar.

[537] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Ledure Maurice, nummer onbekend.

[538] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Legon Alfred, 130538/K.

  U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Legon Alfred.

[539] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Naessens Gustave.

  Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier Naessens Gustave, 4098/PP40.

U.V.G.L., dossiers weerstanders, persoonlijk dossier van Vandenghinste Paula.

[540] Privé-archief van José Vanbossele, Document over het ontstaan van het Geheim Leger in Kortrijk.

[541] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Nuyttens Michel.

[542] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Opsomer Albert.

[543] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Pannecoucke Henri, 131006/E.

  U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Pannecoucke Henry.

[544] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Parmentier Jozef.

[545] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Tieleman Léon.

[546] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Vandecaveye Gaston, 130 674/K.

[547] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Vandeleene Robert.

[548] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Vandeleene Roger.

   Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Vandeleene Roger, 890/PP4.

[549] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Vandenabeele Rogier.

[550] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Vandenbroucke Polydoor, 130325/E.

[551] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Vangilbergen Maurice.

[552] Privé-archief van Jozef Vandeleene, dossiers van het M.V.G., persoonlijk dossier van Wietendaele Willy, 130350/E.

[553] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Willems Florent.

[554] U.V.G.L., dossiers weerstanders van het GL, persoonlijk dossier van Zeebrouck Lodewijk.